De Vlaamse politiek ziet potentieel in insectenkweek als onderdeel van de circulaire bio-economie, onder meer voor de verwerking van landbouwoverschotten zoals aardappelen. Dat bleek tijdens een debat in het Vlaams Parlement naar aanleiding van de recente aardappeloverschotten. Daarbij werd gewezen op onderzoek waaruit blijkt dat gefermenteerde aardappelresten geschikt kunnen zijn als voeder voor meelwormen, waarvan onder meer eiwitten en oliën kunnen worden gewonnen voor toepassingen in veevoeder, cosmetica en industrie.
Parlementsleden Lydia Peeters en Stijn De Roo stelden dat de sector vandaag vooral wordt afgeremd door complexe regelgeving rond vergunningen, emissienormen en traceerbaarheid van reststromen. Volgens hen vormt de regeldruk een belangrijke hinderpaal voor innovatie en ondernemerschap binnen de insectensector.
Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns erkende dat insectenkweek een belangrijke rol kan spelen binnen circulaire landbouw. Hij verwees onder meer naar toepassingen met de zwarte soldatenvlieg, waarbij organische reststromen worden omgezet in hoogwaardige eiwitten voor veevoeder. Volgens de minister lopen er al verschillende onderzoeks- en innovatieprojecten, onder meer via het Strategisch Platform Insecten, waarin kennisinstellingen zoals ILVO, Inagro en Thomas More Hogeschool betrokken zijn.
Brouns gaf aan dat Vlaanderen de bestaande drempels en regelgeving rond insectenkweek verder in kaart wil brengen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar ontbrekende emissiecijfers en vergunningsvoorwaarden die vandaag de opstart van nieuwe bedrijven bemoeilijken. Tegelijkertijd benadrukte hij dat het economisch rendabel maken van insectenkweek op basis van occasionele landbouwoverschotten niet evident blijft, omdat stabiele aanvoer en schaalgrootte essentieel zijn voor een duurzaam businessmodel.
Volgens cijfers van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij waren er in 2025 in België 33 insectenkwekerijen actief, waarvan 25 in Vlaanderen. De sector bevindt zich volgens de minister nog in een pioniersfase, maar biedt op langere termijn mogelijkheden om reststromen te valoriseren en de afhankelijkheid van ingevoerde eiwitten te verminderen.
Bron: Vlaams Parlement