De recente daling van aardappelprijzen krijgt veel aandacht in zowel Nederlandse als Belgische media, stelt brancheorganisatie voor frituurders ProFri. Het leidt er regelmatig toe dat zij daarom worden gevraagd waarom een overaanbod en lagere aardappelprijs niet zorgen voor goedkopere friet voor de consument.
Volgens ProFri is het verband tussen grondstofprijs en verkoopprijs echter beperkt. De kosten van ruwe aardappelen vormen slechts een klein deel van de uiteindelijke prijs van friet in de cafetaria, zo geven ze aan. In de keten tussen aardappel en eindproduct spelen tal van andere kostenposten een rol, waaronder verwerking, opslag, transport, energie, frituurvet, verpakkingsmateriaal, personeel en huisvesting.
Niet één grondstof bepaalt de verkoopprijs
ProFri benadrukt dat de verkoopprijs van friet tot stand komt op basis van de integrale kostprijs binnen de gehele keten. Schommelingen in de grondstofprijs werken daardoor slechts beperkt en vertraagd door. Tegelijkertijd blijven andere kostencomponenten, met name energie en logistiek, op een relatief hoog niveau. Ook aardappelverwerkers opereren binnen deze kostenrealiteit en zien zich geconfronteerd met stijgende productie- en transportkosten.
Breder Europees beeld
De situatie beperkt zich niet tot Nederland. Ook in België wordt, volgens ProFri, binnen de sector dezelfde duiding gegeven. Dat is consistent met de positie van beide landen als leidende spelers in de Europese aardappelverwerkende industrie. Prijsontwikkelingen op de vrije aardappelmarkt hebben in deze context slechts een marginale invloed op de uiteindelijke consumentenprijs van friet.
Geen directe prijsdoorwerking
ProFri concludeert dat zelfs bij een verdere daling van aardappelprijzen, veroorzaakt door overaanbod, geen directe verlaging van de frietprijs te verwachten is. De consumentenprijs wordt, zo stellen ze, immers bepaald door de optelsom van alle kosten in de keten, waarbij de grondstofprijs van aardappelen slechts één van de vele factoren is.
Bron: ProFri