De Belgische voedingsindustrie blijft met een omzet van 85,1 miljard euro, een exportwaarde van 42,4 miljard euro en 102.779 arbeidsplaatsen de grootste industriële sector van het land. Dat blijkt uit cijfers van de sectorfederatie Fevia. Tegelijkertijd wijst de organisatie op toenemende druk op de concurrentiepositie van de sector.
Volgens Fevia gaat de sterke omzetpositie gepaard met een aantal onderliggende trends die steeds duidelijker worden. Zo stagneert de binnenlandse omzet, blijven grensaankopen op een hoog niveau en neemt het aandeel buitenlandse producten in de winkelrekken verder toe. Daarnaast zorgen geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in het Midden-Oosten, voor stijgende kosten en extra onzekerheid in de keten.
Met 25,4% van de industriële omzet blijft de voedingsindustrie de grootste industriële sector in België. De omzet in 2025 nam toe, voornamelijk dankzij export binnen Europa. Die groei maskeert volgens Fevia echter een aantal structurele evoluties die zich onder de oppervlakte aftekenen. De binnenlandse vraag blijft grotendeels stabiel zonder duidelijke groei, terwijl grensaankopen met 705 miljoen euro op een hoog niveau blijven. Tegelijk neemt het marktaandeel van buitenlandse producten verder toe, onder meer uit Nederland, waar 16,1% van de import vandaan komt.
Ook op internationaal vlak is er sprake van afvlakking. De export buiten de Europese Unie stagneert en in belangrijke markten zoals de Verenigde Staten vertraagt de groei. Volgens Fevia duidt dit op een verzwakking van de onderliggende groeifundamenten van de sector.
Na een positieve start van 2025 daalde het ondernemersvertrouwen in het vierde kwartaal opnieuw. Ook de jobcreatie viel terug tot het laagste niveau sinds 2015. Volgens de sectorfederatie gaat het daarbij niet om een tijdelijke terugval, maar om een meer structureel signaal van afkoeling binnen de sector.
Een recente bevraging van Fevia bij haar leden, uitgevoerd tussen 1 en 15 april 2026, toont volgens de organisatie aan dat alle voedingsbedrijven effecten ondervinden van de huidige geopolitieke context. Daarbij worden stijgende kosten voorlopig slechts beperkt doorgerekend, waardoor de rendabiliteit onder druk komt te staan met mogelijke gevolgen voor investeringen en werkgelegenheid. De oorlog in het Midden-Oosten en bredere geopolitieke spanningen leiden intussen tot hogere prijzen voor energie, transport, verpakkingen en grondstoffen, evenals tot verstoringen in de logistieke keten. Bedrijven vangen deze schokken vandaag nog op, maar volgens Fevia is dat op middellange termijn niet houdbaar.
De sector benadrukt daarbij dat de Belgische voedingsindustrie niet als vanzelfsprekend kan worden beschouwd. Wanneer de kostenstructuur structureel hoger blijft dan in buurlanden, bestaat volgens Fevia het risico dat bedrijven hun activiteiten herbekijken. Investeringen volgen immers in de eerste plaats competitiviteit, waardoor zonder ingrepen een risico op delokalisatie ontstaat.
Ann Wurman, CEO van Fevia, stelt hierover: "Als we onze Belgische voedingsindustrie willen beschermen en verankeren, moeten we vandaag handelen, niet morgen. Stimuleer de binnenlandse vraag door voeding en dranken betaalbaar te houden en geen btw-verhoging in te voeren, verlaag de verpakkingsheffing en accijnzen, voer een fiscale norm voor dranken in en verlaag de zwerfvuiltaks tot het niveau van onze buurlanden. Maar dat alleen volstaat niet, we moeten ook structureel ingrijpen. Onze loonkosten liggen vandaag meer dan 23% hoger dan gemiddeld in de buurlanden. Dat is onhoudbaar. Zorg daarom voor beheersbare loonkosten via een gerichte aanpak van de loonindexering en behoud de steun voor nacht- en ploegenarbeid. Combineer dit met betaalbare elektriciteitsprijzen, minder administratieve lasten en een écht gelijk speelveld. Alleen zo kunnen bedrijven blijven investeren in België. Zonder die garanties riskeren we dat productie verdwijnt, en die komt niet zomaar terug."
Volgens Fevia bevindt de Belgische voedingsindustrie zich daarmee op een kantelpunt. De sector toont vandaag nog veerkracht, maar zonder bijkomende structurele maatregelen dreigt die positie onder druk te komen. Een eventuele verzwakking van de voedingsindustrie heeft volgens de federatie bovendien gevolgen voor de volledige keten, van landbouw en logistiek tot distributie en horeca.
Bron: Fevia