In 2024 was 75% van de wereldwijde patentaanvragen voor veredeld zaad afkomstig van Chinese aanvragers. De strenge Europese regels voor NGT's (nieuwe genomische technieken, zoals CRISPR) hebben er waarschijnlijk toe bijgedragen dat Europa zijn leidende positie in plantveredeling in minder dan tien jaar heeft verloren. In 2014 stond Europa nog bovenaan, met 3.464 aanvragen voor plantbescherming bij de UPOV, de internationale unie voor de bescherming van nieuwe plantenrassen. China stond toen tweede (2.125) en de VS derde (1.588).
In 2024 voert China de lijst aan met een aantal dat vijf keer zo hoog ligt als dat van Europa: 16.177 aanvragen tegenover 3.268 van de EU en 1.268 van de VS. Deze opvallende cijfers kwamen twee weken geleden naar buiten tijdens de algemene vergadering van Biovegen, het platform dat wetenschap en bedrijfsleven samenbrengt om de biotechnologie te bevorderen. Manuel Láinez, directeur van de Fundación Grupo Cajamar, analyseerde de geopolitieke situatie in het Westen en zag een hoopvolle koerswijziging in de Europese strategie: "De wereld na Oekraïne en na COVID heeft laten zien hoe kwetsbaar voedselketens zijn. Tot voor kort zag Brussel alleen energiezekerheid als strategisch belang. Nu is duidelijk dat voedsel ook op het spel staat, en plantenbiotechnologie is niet langer alleen wetenschap. Het is geostrategisch."
© Biovegen
De afgelopen dagen zijn er belangrijke stappen gezet om die koerswijziging concreet te maken. Op 21 april nam de Raad van Europa zijn definitieve standpunt in over de toekomstige NGT-verordening. In mei volgt de goedkeuring door het Europees Parlement in tweede lezing, waarna de verordening nog dit jaar in het Publicatieblad van de EU kan verschijnen. Maar zoals Ana Judith Martín, vertegenwoordiger van het Spaanse ministerie van Landbouw en secretaris van de Interministeriële Raad voor Genetisch Gemodificeerde Organismen (CIOMG), meteen daarna aangaf, zal de regelgeving voor planten die zijn verbeterd via methoden zoals CRISPR pas in 2028 van kracht worden.
Martín is zich bewust van de grote activiteit die er al is op het gebied van NGT. Ze moedigde de Spaanse bedrijven en onderzoekscentra die aanwezig waren bij de bijeenkomst van Biovegen aan om niet te wachten en alvast te beginnen met het registreren van hun rassen. "Het ministerie zal bedrijven helpen, zodat ze er in 2028 klaar voor zijn om hun rassen te beschermen. Ook voor veldproeven – die nu nog onder de regels voor genetisch gemodificeerde organismen vallen – verlenen we snel toestemming. En het feit dat zo'n proef plaatsvindt onder de huidige richtlijn, betekent niet dat het ras later niet als NGT-1 geregistreerd kan worden", verduidelijkte ze.
© Biovegen
Martín gebruikte de term NGT-1, die afkomstig is uit de compromistekst die de Raad van Europa in december overeenkwam en waarmee een einde kwam aan het trage Europese wetgevingsproces. Martín zelf speelde daarin een sleutelrol als vertegenwoordiger van het Spaanse ministerie van Landbouw, tijdens het Spaanse voorzitterschap van de EU in 2023.
Concepción Novillo, van Bayer Crop Science, ging vervolgens dieper in op de nieuwe verordening en de stappen die nog gezet moeten worden. Planten die als NGT-1 worden aangemerkt, profiteren van de meeste flexibiliteit en snelheid bij het aanvragen van bescherming. Ze hoeven namelijk niet door de ingewikkelde risicobeoordeling die de huidige richtlijn uit 2001 voorschrijft voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's of transgenics – planten waarbij vreemd DNA in het genoom wordt ingebracht).
"Rassen die zijn ontwikkeld met de nieuwste veredeltechnieken zouden niet anders gereguleerd moeten worden als ze vergelijkbaar zijn met en niet te onderscheiden zijn van rassen die via oudere methoden zijn verkregen", zei Novillo hierover.
Dat is ook het uitgangspunt geweest waarmee de wereldwijde regelgeving rond NGT's van start ging – een race waarin Europa flink achterloopt. De lijst van landen die Europa voor zijn: Argentinië als eerste, maar ook Canada, de VS, Colombia, Ecuador, Brazilië, Paraguay, Chili, Uruguay, Peru, Japan, Australië en India. En zelfs binnen Europa heeft het Verenigd Koninkrijk na de Brexit zijn eigen regels ingevoerd. Afrikaanse landen als Nigeria, Ghana en Kenia volgden ook. Al deze landen hebben in hun wetgeving rekening gehouden met de bijzondere aard van deze technieken en aparte regels opgesteld voor NGT-planten, los van de regels voor ggo's.
China beschouwde deze planten weliswaar als transgeen, maar voerde in de praktijk een vereenvoudigd goedkeuringsproces in. In het Europese voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen NGT-1-planten en NGT-2-planten. Voor NGT-2 gelden zwaardere eisen op het gebied van risicobeoordeling, traceerbaarheid en etikettering, vergelijkbaar met de ggo-regelgeving. Het verschil tussen NGT-1 en NGT-2 hangt af van een criterium dat door wetenschappers wordt betwist: of er al dan niet meer dan 20 genetische wijzigingen zijn aangebracht in de veredelde plant.
De nieuwe Europese koers brengt nog meer veranderingen met zich mee die de biotechnologie nieuw leven inblazen. De herziening van de meststoffenverordening is ver gevorderd en zal nieuwe biomeststoffen en biovoeding erkennen. Er wordt gewerkt aan het zogenoemde Omnibus-vereenvoudigingspakket voor de voedingssector, dat biostimulanten onderscheidt van gewasbeschermingsmiddelen (chemische middelen) en de registratie van biopesticiden versnelt. Ook de regels voor plantaardig opkweekmateriaal worden herzien.
Martín ging ook in op een ander initiatief uit het Omnibus-pakket: de herziening van de richtlijn over genetisch gemodificeerde micro-organismen (ggo-micro-organismen), die eveneens dateert uit 2001. In lijn met het voorstel voor plantveredeling zal de nieuwe tekst, zo kondigde ze aan, "een betere afstemming mogelijk maken van de informatie- en risicobeoordelingsvereisten op de specifieke kenmerken van deze organismen. Er komt een categorie 'laagrisico-ggo-micro-organismen' waarvoor vergunningen voor onbepaalde tijd geldig zijn. Om rechtsonzekerheid en RASFF-meldingen door de aanwezigheid van sporen te voorkomen, worden flexibele detectiemethoden toegepast."
Pellicer, de grondlegger van Biovegen
De algemene vergadering werd gehouden in het gebouw van het Spaanse Staatsagentschap voor Onderzoek (AEI) in Madrid. De bijeenkomst stond ook in het teken van een terugblik op het werk van José Pellicer als voorzitter, gedurende de meer dan twintig jaar dat Biovegen bestaat.
"We zijn in 2005 opgericht om de structuur na te bootsen die Frankrijk en Duitsland al hadden om biotechnologie naar de tuinbouw te brengen", zei directeur Gonzaga Ruiz de Gauna. "Toen hadden we 15 bedrijven en 5 onderzoekscentra. Nu telt Biovegen 185 leden, en de resultaten op het gebied van projectontwikkeling spreken voor zich als bewijs van Pellicers inzet." De vergadering bevestigde vervolgens de benoeming van José María Fontán, eveneens verbonden aan het Spaanse bedrijf Eurosemillas, als nieuwe voorzitter van het platform.
De vergadering van Biovegen bekrachtigde ook een nieuwe samenwerking met de Spaanse Vereniging voor Tuinbouwwetenschappen (SECH), waarbij de voorzitter van die vereniging, Francisco José Arenas, zelf aanwezig was. De SECH is een van de grootste wetenschappelijke tuinbouwverenigingen van het land, met meer dan 450 onderzoekers. De samenwerking richt zich op het organiseren en promoten van bijeenkomsten, congressen en studiedagen over biotechnologie voor de tuinbouw, en op het uitvoeren van gezamenlijke onderzoeksprojecten.
Voor meer informatie:
Biovegen
https://biovegen.org/