De aanhoudende afzetproblemen in onder meer de aardappelsector hebben in het Vlaams Parlement geleid tot een inhoudelijk debat over de toekomst van het landbouwmodel in Vlaanderen. Aanleiding was de recente conjunctuurindex van het Agentschap Landbouw en Visserij, waaruit blijkt dat een aanzienlijk deel van de landbouwers kampt met moeilijkheden bij de verkoop van hun producten.
Jeremie Vaneeckhout (Groen) wees op structurele signalen in meerdere deelsectoren. Volgens hem wordt het huidige landbouwmodel gekenmerkt door schaalvergroting, specialisatie en exportgerichtheid, wat landbouwers kwetsbaar maakt in een internationale markt. Hij stelde dat "ruim drie op de tien Vlaamse landbouwers in het voorbije halfjaar geconfronteerd werden met afzetproblemen" en dat dit in sommige sectoren oploopt tot "de helft tot twee derde van de landbouwers."
Daarnaast kaartte hij aan dat landbouwers vaak moeten opereren in een mondiale markt met overaanbod, waardoor vrijemarktaandelen moeilijk verkoopbaar zijn. Hij stelde ook vragen bij de rol van de agro-industrie en de onderhandelingspositie van boeren: "Met de contracten die ze nu aangeboden krijgen, verdienen ze nauwelijks het zout op hun patatten."
Jo Brouns benadrukte in zijn antwoord dat landbouwers in een vrije markt opereren en doorgaans prijsnemers zijn. Hij erkende de moeilijke situatie, maar wees erop dat het beleid niet één specifiek landbouwmodel oplegt: "Landbouwers zijn en blijven ondernemers die zelf keuzes maken binnen de omgeving waarin ze opereren."
Volgens de minister ligt een deel van de oplossing in het versterken van de positie van landbouwers binnen de keten, onder meer via producentenorganisaties. "Als het goed gaat, moet je daarvan de vruchten kunnen delen, maar als het slecht gaat, moet je ook samen de lasten dragen", aldus Brouns. Hij verwees daarnaast naar bestaande instrumenten zoals het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), steun voor innovatie en samenwerking, en maatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken.
Het debat raakte ook aan bredere vragen over marktwerking en consumptie. Vaneeckhout stelde dat niet alleen de productiezijde, maar ook de rol van retail en consument in beschouwing moet worden genomen, onder meer via lokale voedselstrategieën. Daarnaast uitte hij twijfel over de houdbaarheid van het huidige exportgerichte model op lange termijn, zeker gezien de toenemende internationale concurrentie.
De minister gaf aan dat de Vlaamse overheid werkt aan een landbouwvisie voor de periode 2030-2050, waarin deze uitdagingen meegenomen zullen worden. Een concrete timing voor de afronding van die visie werd evenwel nog niet bevestigd.
Helft van totale productie nog in bewaring
Het gesprek komt op een moment dat bekend wordt dat er nog altijd een historisch hoge aardappelvoorraad in bewaring ligt in België. Begin april lag er nog circa 2,6 miljoen ton aardappelen in bewaarschuren, goed voor ongeveer de helft van de oogst van 2025 en 44% meer dan een jaar eerder. Dat blijkt uit een gezamenlijke bevraging van onderzoekscentra zoals Viaverda, Inagro, Fiwap en Carah.
Van de totale voorraad is ongeveer 1,9 miljoen ton gecontracteerd, terwijl zo'n 700.000 ton vrije aardappelen betreft. Vooral die vrije volumes raken moeilijk afgezet: in februari en maart lag de afzet 43% lager dan het vijfjarig gemiddelde. Een deel wordt daarom verwerkt in alternatieve kanalen zoals diervoeder of vergisting.
Bron: Vlaams Parlement