Het Europees Parlement wil in de EU-begroting voor 2028–2034 nadrukkelijk meer middelen vrijmaken voor landbouw. In zijn onderhandelingspositie pleiten de Europarlementariërs voor een hoger totaalbudget én voor het behoud van een afzonderlijk en sterk gefinancierd landbouwbeleid.
Volgens het Parlement moet het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een centrale pijler blijven binnen de EU-begroting. Er wordt voorgesteld om het landbouwbudget aanzienlijk te verhogen ten opzichte van het huidige voorstel van de Europese Commissie. Daarmee willen de parlementsleden voorkomen dat landbouwmiddelen onder druk komen te staan door nieuwe prioriteiten zoals defensie en innovatie.
Europarlementariërs verzetten zich bovendien tegen plannen waarbij budgetten meer op nationaal niveau worden georganiseerd. Zij vrezen dat dit kan leiden tot versnippering en minder gerichte steun voor landbouw en plattelandsontwikkeling. Het GLB moet volgens hen een duidelijk herkenbaar en apart gefinancierd beleid blijven.
In bredere zin zien de parlementsleden landbouw als onderdeel van de 'ruggengraat van de Europese solidariteit', samen met cohesiebeleid en sociale fondsen. Zij benadrukken dat nieuwe beleidsuitdagingen niet ten koste mogen gaan van bestaande sectoren zoals de landbouw.
Naast directe steun aan boeren pleit het Parlement ook voor voldoende middelen voor plattelandsontwikkeling en regionale programma's. Daarbij moet volgens hen ook de rol van regionale en lokale overheden behouden blijven bij de uitvoering van het beleid.
Tot slot onderstrepen de Europarlementariërs dat de EU-begroting voldoende groot moet zijn om zowel traditionele sectoren als nieuwe uitdagingen te financieren. Extra inkomstenbronnen op EU-niveau worden daarbij als noodzakelijk gezien, onder meer om te voorkomen dat bestaande landbouwbudgetten worden aangetast.
De definitieve onderhandelingen over de EU-meerjarenbegroting starten naar verwachting zodra de lidstaten hun gezamenlijke positie hebben bepaald.
Bron: Europees Parlement