Tholen - Eigenaren van familiebedrijven vinden zichzelf onvoldoende voorbereid op hun rol. Waar opvolging in het werken binnen het familiebedrijf zorgvuldig wordt besproken, blijft aandacht voor het toekomstige eigenaarschap en de bijbehorende verantwoordelijkheden vaak uit. Opvallend is dat bij ruim de helft van de familiebedrijven formele familiegovernance ontbreekt. Dat blijkt uit onderzoek naar eigendom en eigenaarschap bij familiebedrijven, uitgevoerd door het Maastricht University Center for Entrepreneurship and Innovation (CEI), in samenwerking met BDO.
BDO onderzoekt jaarlijks de dynamiek in en rondom familiebedrijven. Toch is het volgens Desi Kloosterboer, Senior Adviseur Familiebedrijven, geen opgave om onderwerpen hiervoor te bedenken. "We zijn dagelijks met familiebedrijven bezig, dus we hebben nog voldoende in de koker zitten!"
© BDODesi Kloosterboer
Adequate voorbereiding ontbreekt
Een opvallende uitkomst uit het onderzoek is dat bij 41% van de (potentiële, huidige of voormalige) eigenaren van familiebedrijven een adequate voorbereiding op het eigenaarschap ontbreekt. "We zien in de praktijk dat opvolgers met name worden voorbereid door in het bedrijf te gaan werken. En op die manier leer je het bedrijf natuurlijk heel goed kennen, wat heel belangrijk kan zijn voor een rol in het familiebedrijf. Maar het betekent niet per se dat je daarmee ook leert wat goed eigenaarschap inhoudt of hoe je dat moet gaan vormgeven. Want uiteindelijk moet je toch zorgen dat het familiekapitaal op lange termijn rendeert en daar wordt nauwelijks op voorbereid."
Het onderzoek toont bovendien een duidelijk verschil tussen de voorbereiding op werken ín het familiebedrijf en het eigenaarschap: opleidingen en werkervaring zijn doorgaans gericht op de operationele rol, niet op het bezit en de bijbehorende verantwoordelijkheid. In familiestatuten ontbreekt bijvoorbeeld vaak welke opleiding of competenties nodig zijn om (actief of passief) eigenaar te worden.
Gebrek aan formele governance
"Een opvallende uitkomst vond ik dat eigenaren zichzelf vaak wel aardig beoordelen op eigenaarschap, maar hun familie toch net iets minder", vertelt Desi. "Waar wij op aandringen, is om in elk geval het gesprek erover met elkaar te voeren. Dat komt de familieharmonie ten goede en dat is voor de continuïteit van het familiebedrijf minstens zo belangrijk. Bij ruim de helft van de familiebedrijven (54%) ontbreekt een vorm van formele familiegovernance, terwijl dat juist zo belangrijk is om toekomstige conflicten te voorkomen. Dat dit voor meer dan de helft van de bedrijven gold, vond ik een opvallende uitslag."
"Wellicht heerst er toch een soort van taboe op. In de governance gaat het namelijk ook over wie ergens niets over te zeggen heeft. Dat kunnen best lastige onderwerpen zijn om te bespreken, zeker als je op een gegeven moment een uitdijende familie hebt met verschillende rollen. Maar dan wordt het des te belangrijker om het wel met elkaar af te stemmen. We zien vaak dat families geneigd zijn om naar de zakelijke kant te kijken. De overdracht in economische zin wordt juridisch en fiscaal meestal wel geregeld, maar daarbij kijkt men minder naar het persoonlijke en emotionele aspect van familiebedrijven. Maar als je als familie daarover niet in gesprek gaat en alle verwachtingen blijven impliciet, dan heb je een voedingsbodem voor latere conflicten."
Familiestatuut als leidraad
© BDO"Zo zie je met name bij tweede of volgende generatiebedrijven nog weleens dat certificaathouders het economische eigendom krijgen, zonder dat er überhaupt de vraag wordt gesteld of ze dat wel willen, en wat erbij hoort. Maar ook zonder dat je zeggenschap hebt, zou je toch minimaal moeten weten wat het betekent om eigenaar te zijn!" Op de vraag hoe je moet beginnen met goed eigenaarschap, antwoordt Desi: "Daarbij geeft een familiestatuut wel een leidraad. En het gaat niet eens zozeer om de afspraken die je in dat statuut maakt, maar vooral om de gesprekken die je met elkaar voert om tot die afspraken te komen. Dan snap je de onderlinge motivatie erachter ook een stuk beter en weet je wat je van elkaar verwacht. En daarmee kun je dus ook zorgen dat de governance die je met elkaar hebt afgesproken en geformaliseerd, ook wordt nageleefd."
"Eigenaarschap gaat verder dan belastingoptimalisatie en vraagt om bewuste keuzes, goede afspraken en een stevig governance fundament. We zien dat de complexiteit in familiebedrijven toeneemt. Daarmee is professioneel eigenaarschap geen luxe meer, maar noodzaak. Tijdig investeren in governance, duidelijke rollen benoemen en vastleggen en de eigenaren goed voorbereiden op hun rol, versterkt de familierelaties en daarmee de toekomst van hun onderneming", besluit de Senior Adviseur Familiebedrijven van BDO.
Download hier het familiebedrijvenonderzoek en lees onder meer hoe familiebedrijven zoals Florensis omgaan met eigenaarschap, opvolging en familiedynamiek.
Voor meer informatie:
Desi Kloosterboer
BDO Advisory
Senior Adviseur Familiebedrijven
Tel: +31 (0)30 284 99 60
Mob: +31 (0)6 382 758 65
[email protected]
www.bdo.nl/familiebedrijven