Inspecties en onderzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2025 geven vooralsnog geen aanwijzingen dat de bacterie Curtobacterium flaccumfaciens pv. flaccumfaciens (Cff) wijdverspreid aanwezig is in Nederland. Tegelijkertijd blijft het risico op introductie via geïmporteerd zaaizaad bestaan.
Cff staat in de literatuur bekend als een zaad-overdraagbare bacterie. In eerdere jaren, waaronder 2024, werd de bacterie meerdere keren aangetoond in geïmporteerde partijen zaaizaad. Deze bevindingen zijn destijds gemeld aan het land van herkomst, de Europese Commissie en andere lidstaten. Tot op heden heeft de NVWA geen direct verband kunnen vaststellen tussen besmet zaaizaad en daadwerkelijke besmettingen in de teelt.
© NVWA
Monitoring in de teelt: geen vondsten
In 2025 voerde de NVWA 97 inspecties uit in teelten van waardplanten, met name in snij- en sperziebonen en veld- en tuinbonen. In 11 gevallen werden monsters genomen van planten met mogelijke symptomen van Cff.
Daarnaast zijn op 50 teeltlocaties monsters genomen van (veelal symptoomloze) onkruiden in de directe omgeving van percelen. In geen van de onderzochte monsters werd Cff aangetoond. Op basis hiervan concludeert de NVWA dat er momenteel geen bewijs is voor wijdverspreide aanwezigheid van de bacterie in Nederland.
Importcontroles: één besmetting vastgesteld
Binnen de importcontroles zijn in 2025 tien monsters genomen van partijen zaaizaad van snij- en sperziebonen die voorafgaand aan export niet waren getest. In een van deze monsters werd Cff aangetoond. De betreffende partij is onder toezicht vernietigd en het land van herkomst is geïnformeerd.
Meldingen en opvolging
De NVWA ontving in 2025 drie meldingen van andere lidstaten en één van een keuringsdienst over mogelijke aanwezigheid van Cff. In twee gevallen ging het om besmette partijen zaaizaad die zich nog in de handelsfase bevonden; deze zijn vernietigd voordat ze zijn ingezaaid. Een derde melding kon niet verder worden onderzocht doordat er geen relevant plantmateriaal meer beschikbaar was.
Aanvullend werd in 2025 opnieuw bemonsterd in een gebied waar in 2024 besmette onkruiden waren aangetroffen tussen twee besmette percelen. Het nieuwe monster bleek vrij van Cff. De NVWA benadrukt echter dat op basis van één monster geen definitieve conclusies kunnen worden getrokken en zet de monitoring voort.
Voortzetting monitoring in 2026
In lijn met de Europese regelgeving blijft de NVWA ook in 2026 inzetten op monitoring en preventie. Gepland staan inspecties in de teelt van onder meer Phaseolus (85 inspecties), Vicia faba (35 inspecties) en Glycine max (5 inspecties). Daarnaast worden op 50 locaties opnieuw onkruidmonsters genomen in de directe omgeving van percelen.
Bron: NVWA