Aardappelteler Hendrik Jan Koetsier uit Waddinxveen zit met een uitzonderlijk groot overschot van circa 500.000 kilo aardappelen die niet verkocht raken, schrijft Omroep West. Ondanks een goede oogst en aanvullende teelten blijft hij nuchter onder de situatie en ziet het als een gevolg van normale marktfluctuaties.
De overschotten ontstaan door een combinatie van een zeer goede Europese oogst, afnemende vraag vanuit de frietindustrie en veranderende internationale handelsstromen. Koetsier zoekt via het initiatief No Waste Army naar alternatieve afzet, zoals directe verkoop aan consumenten en verwerking tot houdbare producten of voedselbankleveringen. Hij benadrukt dat aardappelen "gewoon op het bord horen" en waarschuwt voor verspilling.
Overschotten en financiële druk in Groningen en Noord-Nederland
Ook in Groningen en Noord-Nederland kampen telers met forse overschotten. Telers zoals Anne-Willem Dallinga en Tonnie van der Spek blijven zitten met honderden tot duizenden tonnen aardappelen, terwijl de prijzen sterk zijn gedaald. Ondanks een uitstekende oogst is de financiële opbrengst teleurstellend: soms moet product zelfs met verlies worden afgevoerd naar veevoer of biovergisting.
De sector wijst op meerdere oorzaken: te veel aanplant in Europa, lagere export naar Azië en veranderende consumptiepatronen in Europa zelf. Economen duiden de situatie als een klassieke "varkenscyclus" binnen een mondiale markt. De druk is extra groot doordat opslagruimte nodig is voor de nieuwe oogst, waardoor telers gedwongen worden snel te handelen. Tegelijkertijd proberen initiatieven zoals de Nationale Aardappelweek vraag te stimuleren en verspilling te beperken.
Structurele onevenwichtigheid en toekomstscenario's
Volgens landbouweconoom Gjalt de Jong is er sprake van een "perfect storm" in de aardappelmarkt, vertelt hij bij RTV Noord. Een reeks jaren met hoge opbrengsten valt samen met stagnerende of dalende vraag. Daarnaast is het areaal aardappelteelt in Europa uitgebreid, wat het overschot verder vergroot.
De aardappelmarkt functioneert volgens hem als een globale en sterk schommelende markt waarin prijsinstabiliteit structureel is. Telers moeten daardoor interen op reserves, waarbij vooral jonge ondernemers kwetsbaar zijn. De consument merkt van de overschotten weinig in de prijs, omdat marges blijven hangen in de handelsketen.
Voor de toekomst verwacht Gjalt dat telers meer gaan diversifiëren naar andere gewassen of agrarisch landschapsbeheer, maar benadrukt hij dat echte toekomstbestendigheid alleen mogelijk is via innovatie, zoals klimaatbestendige rassen en kennisontwikkeling die ook exporteerbaar is.