Het voorjaar van 2026 verloopt in Nederland tot nu toe opvallend droog en zonnig. Waar terrasliefhebbers in hun handen wrijven bij deze weersomstandigheden, is dit voor telers en tuinders een ander verhaal. Sinds begin maart is er duidelijk minder neerslag gevallen dan gebruikelijk, en in sommige regio's is april zelfs vrijwel geheel droog gebleven, schrijft LTO.
Vaak in combinatie met een schrale wind. Dat baart zorgen, omdat bodem en grondwater zich nog altijd niet volledig hebben hersteld van de droogte in 2025. Het groeiseizoen begint daarmee met een achterstand in beschikbare vochtreserves. LTO volgt de ontwikkelingen nauwgezet en monitort de situatie, in overleg met departementen en waterbeheerders, van dag tot dag.
Weinig uitzicht op regen
Ook de vooruitzichten bieden vooralsnog weinig verlichting. Ondanks de voorspelde neerslag later deze week, blijven hogedrukgebieden het weerbeeld domineren. Dit betekent veel ruimte voor de zon, wat verdamping versnelt, en weinig neerslag. Hierdoor droogt de bodem verder uit en neemt de behoefte aan beregening al vroeg in het seizoen toe.
Hoewel het nu nog onzeker is, wijzen wel de eerste signalen voor de zomer in de richting van een mogelijk warmere en drogere periode. Dat doet denken aan eerdere droge jaren, waarin langdurige warmte en droogte de landbouw zwaar onder druk zetten. Vooral als ook in mei en juni onvoldoende neerslag valt, kan de situatie verder verslechteren.
De gevolgen hiervan zijn in de praktijk nu al merkbaar. In de akkerbouw hebben gewassen zoals uien en bieten moeite met kieming en een gelijkmatige opkomst door het gebrek aan vocht. Dit kan leiden tot een groeiachterstand en uiteindelijk lagere opbrengsten. Tegelijkertijd neemt in alle teelten de waterbehoefte toe en ontstaan extra risico's, zoals zoutschade in kustgebieden en problemen met de opname van voedingsstoffen.
De snelle uitdroging van de bovenste bodemlagen en de al relatief lage grondwaterstanden versterken deze problematiek. Er is minder aanvoer van vocht vanuit diepere lagen, terwijl in sommige gebieden de kans groeit op beperkingen voor beregening, zoals onttrekkingsverboden.
Aanpassing en monitoring
Telers en tuinders proberen zich zo goed mogelijk aan te passen aan de omstandigheden. Waar mogelijk wordt water langer vastgehouden in sloten en watergangen en wordt er vaker beregend. Daarnaast neemt het gebruik van druppelirrigatie en teeltondersteunende systemen toe, om het beschikbare water efficiënter in te zetten. Ook blijft er aandacht voor verbetering van de bodemstructuur, zodat vocht beter wordt vastgehouden. Op dit moment is het nog te vroeg om mogelijke consequenties voor consumenten te trekken. Het verdere verloop van het weer is onzeker en veel gewassen staan nog te kort op het veld om de impact op opbrengst en kwaliteit goed te kunnen inschatten.
LTO volgt de ontwikkelingen nauwgezet en monitort de situatie van dag tot dag. In overleg met departementen en waterbeheerders wordt de positie van de landbouw continu onder de aandacht gebracht, met name als het gaat om het beheer van het hoofdwatersysteem en de regionale vertakkingen. Bij aanhoudende droogte zal LTO deze inzet verder intensiveren.
Bron: LTO