Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven

U maakt gebruik van software die onze advertenties blokkeert (adblocker).

Omdat wij het nieuws gratis aanbieden zijn wij afhankelijk van banner-inkomsten. Schakel dus uw adblocker uit en herlaad de pagina om deze site te blijven gebruiken.
Bedankt!

Klik hier voor een uitleg over het uitzetten van uw adblocker.

Meld je nu aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief en blijf up-to-date met al het laatste nieuws!

Abonneren Ik ben al ingeschreven
Vloek of zegen?

Wat de groei van discounters betekent voor producent en consument

De machtsverhoudingen in de Europese voedselketen verschuiven opnieuw richting retail. Dat blijkt onder meer uit recent onderzoek van Wageningen University & Research (WUR), waarin de groeiende invloed van supermarkten, en in het bijzonder Duitse discounters, centraal staat. De opmars van spelers als Aldi en Lidl is inmiddels een van de meest bepalende trends in de Europese foodretail, geeft Ruud van der Vliet in een LinkedIn-post aan.

Onder druk van inflatie, koopkrachtverlies en economische onzekerheid kiezen consumenten steeds vaker voor lage prijzen, een beperkt maar efficiƫnt assortiment en een no-nonsense winkelervaring. De discountformule speelt hier effectief op in met strakke kostenbeheersing, een sterk huismerkbeleid en hoge omloopsnelheden. Het resultaat: structureel groeiend marktaandeel in vrijwel alle Europese landen.

Betaalbaarheid wint, maar tegen welke prijs?
Op korte termijn levert deze ontwikkeling duidelijke voordelen op voor de consument. Basisproducten blijven betaalbaar en toegankelijk, ook in tijden van hoge inflatie. Tegelijkertijd kent de opmars van discounters een keerzijde die steeds nadrukkelijker zichtbaar wordt in de primaire sector.

Discounters versterken, net als internationale retailallianties, de inkoopmacht aan het einde van de keten. Volgens analyses van de OECD zijn downstream schakels zoals verwerking en retail aanzienlijk sterker geconcentreerd dan primaire productie. Die structurele asymmetrie verzwakt de onderhandelingspositie van boeren en tuinders, zeker bij bederfelijke producten met beperkte alternatieve afzetmogelijkheden en hoge vaste kosten.

Duitsland als voorland
In Duitsland zelf is deze dynamiek duidelijk zichtbaar. Het discountkanaal heeft daar inmiddels meer dan 40% marktaandeel, met vergelijkbare ontwikkelingen in meerdere andere Europese landen. In zo'n context worden prijs en leveringscondities in toenemende mate bepaald door een klein aantal grote inkopers, terwijl producenten nauwelijks uitwijkmogelijkheden hebben.

Die machtsconcentratie drukt structureel op inkoopprijzen en marges in de primaire productie. Wat vandaag betaalbaarheid oplevert voor de consument, kan daardoor op termijn juist de basis onder het voedselsysteem aantasten.

Beperkte investeringsruimte bij producenten
Structureel lage inkoopprijzen beperken de financiƫle ruimte bij boeren en tuinders om te investeren in noodzakelijke transities. Investeringen in energietransitie en emissiereductie komen onder druk te staan, net als inspanningen op het vlak van biodiversiteit en waterkwaliteit. Ook verbeteringen in arbeidsomstandigheden en technologische innovatie vragen kapitaal dat steeds moeilijker vrijgemaakt kan worden. Tegelijk vermindert de weerbaarheid van bedrijven tegen toenemende klimaatrisico's en ziektedruk, waardoor de kwetsbaarheid van de primaire productie verder toeneemt.

Zonder een vorm van true pricing, waarin de werkelijke kosten van duurzame productie worden verdisconteerd, ontstaat een ketenparadox: de maatschappelijke en politieke vraag naar duurzaamheid neemt toe, terwijl de marktcondities investeringen economisch steeds moeilijker maken.

Reactie van full-service supermarkten
Traditionele full-service supermarkten proberen zich te onderscheiden met meer service, convenienceconcepten en 'to go'-formules. Toch blijft de prijsdruk dominant. De aanhoudende populariteit van non-food discounters zoals Action onderstreept bovendien hoe diep het 'value-first'-denken in het consumentengedrag is verankerd.

De kernvraag voor de keten
De kernvraag is dan ook niet of discounters op zichzelf goed of slecht zijn, maar hoe kan worden voorkomen dat betaalbaarheid op korte termijn leidt tot onderinvestering en kwetsbaarheid op langere termijn. Dat vraagt om evenwichtigere en scherpere afspraken binnen de keten, waarin verantwoordelijkheden, risico's en opbrengsten eerlijker worden verdeeld. Essentieel daarbij is een betere data-uitwisseling tussen ketenpartijen, zodat vraag en aanbod nauwkeuriger op elkaar kunnen worden afgestemd en productie meer vraaggestuurd kan plaatsvinden.

Daarnaast is meer transparantie nodig in marges, kostenstructuren en risicoverdeling, om wederzijds begrip en vertrouwen te versterken. Tot slot zijn ook beleids- en marktmechanismen noodzakelijk die duurzame productie daadwerkelijk belonen, zodat investeringen in verduurzaming economisch haalbaar worden. Zonder dergelijke aanpassingen dreigt de rekening op termijn alsnog bij de samenleving terecht te komen, in de vorm van lagere beschikbaarheid, minder duurzame teelt, afnemende Europese productiecapaciteit en oplopende maatschappelijke kosten.

Lees hier het onderzoek van de WUR

Gerelateerde artikelen → Zie meer