Nederlands prijzenobservatorium duur, meer monitoring wel wenselijk
Nederland is wel gebaat bij een eenvoudige monitor van prijsontwikkelingen door de keten heen, die uitgaat van bestaande prijsdata, net als in België of de Europese voedselprijzenmonitor. Voordeel hiervan is dat de kosten beperkt zijn, maar er toch beter inzicht wordt verkregen in prijsvorming. Deze monitor kan een vertrekpunt zijn voor meer gedetailleerde, wetenschappelijk analyses.
Zowel Spanje als Frankrijk kent breed opgezette prijzenobservatoria. Duitsland publiceert nu net zo als Nederland prijzenstatistiek voor de agrarische markten zonder ketenanalyses. Het observatorium in België rapporteert per kwartaal over de ontwikkeling van enkele voedselproducten.
In Nederland worden gegevens over prijzen van voedingsproducten voor de officiële statistieken voornamelijk verzameld door het LEI en het CBS. Ten opzichte van Frankrijk, Spanje en onze buurtlanden zijn er minder officiële, representatieve en geaggregeerde prijzen beschikbaar en dreigen zelfs te verdwijnen. Dit komt doordat openbare data in markt ontbreken, het verzamelen van deze prijsinformatie te duur wordt gevonden of wordt overgelaten aan private partijen. In bijvoorbeeld Frankrijk zijn via de groothandels prijzen van groot aantal soorten groenten en fruit bekend.
In Spanje en Frankrijk waren spanningen tussen boeren en verwerkers aanleiding tot het oprichten van een observatorium. De ervaring in Spanje is dat het observatorium heeft bijgedragen aan vertrouwen tussen ketenpartijen.
Bron: WageningenUR