De Vlaamse landbouwconjunctuurindex daalt in het voorjaar van 2026 van 86 naar 75. Deze terugval hangt vermoedelijk samen met het gedaalde vertrouwen, veroorzaakt door geopolitieke spanningen, maar ook door afzetproblemen en stijgende energieprijzen. Dat blijkt uit de zesmaandelijkse landbouwconjunctuur-enquête, waaraan 485 landbouwers uit het Landbouwmonitoringsnetwerk (LMN) deelnamen in maart 2026.
© LV Vlaanderen
Met uitzondering van de varkenssector en de glasgroenten noteren alle landbouwdeelsectoren een daling in vertrouwen. De Belgische aardappelmarkt blijft bijzonder kwetsbaar door de grote voorraad vrije aardappelen, wat de prijsvorming sterk onder druk zet. In de melkveehouderij leidt de recente daling van de melkprijzen, na een uitzonderlijk gunstige periode, tot een merkbare terugval in vertrouwen. Ook binnen de openluchtgroenteteelt is het sentiment negatief: de contractonderhandelingen verliepen moeizaam, omdat zowel de voorgestelde prijzen als de volumes aanzienlijk lager lagen dan gebruikelijk.
De afgelopen zes maanden heeft 78% van de land- en tuinbouwers belemmeringen ervaren. Overheidsbeperkingen vormen met 47% de grootste uitdaging en worden vooral gemeld binnen de dierlijke sectoren. De aanhoudende onzekerheid rond het stikstofdecreet en de impact van het mestactieplan (MAP 7), inclusief de bijkomende administratieve lasten, wegen daar duidelijk zwaar op de bedrijfsvoering. Opvallend is dat de sector groenten onder glas zich het minst geremd voelt door dergelijke overheidsbeperkingen.
Het aandeel landbouwers met afzetproblemen stijgt naar het hoogste niveau sinds 2015: 31%. Vooral de sectoren groenten in openlucht (64%), sierteelt onder glas (50%) en fruitteelt (46%) kampen ermee. Zoals gebruikelijk in de voorjaarsenquête zijn de weersgerelateerde problemen sterk afgenomen (tot 15%), aangezien de oogst grotendeels achter de rug is en de veldomstandigheden dit voorjaar gunstig waren. Ten slotte maken landbouwers vaker melding van financiële problemen, terwijl dier- en plantenziekten minder vaak genoemd worden dan in voorgaande bevragingen.
Het aandeel land- en tuinbouwers die het komende jaar willen investeren, daalt van 40% naar 36%. De geplande investeringen richten zich in de eerste plaats op gebouwen en installaties (24%). Werktuigen en machines blijven het tweede belangrijkste investeringsdomein, maar zakken voor het tweede jaar op rij naar 16%. Daarnaast overweegt 11% van de bedrijven te investeren in grond.