Het Voedingscentrum heeft de Schijf van Vijf vernieuwd op basis van recente wetenschappelijke inzichten over gezondheid, duurzaamheid en voedselveiligheid. De bekende indeling met vijf vakken blijft bestaan, maar de aanbevolen hoeveelheden zijn op meerdere punten aangepast, met name in de verhouding tussen dierlijke en plantaardige producten.
© Voedingscentrum
Doorgerekende eetpatronen
Volgens het Voedingscentrum zijn de nieuwe adviezen tot stand gekomen in samenwerking met het RIVM en gebaseerd op doorgerekende eetpatronen. "Gezondheid, duurzaamheid en voedselveiligheid horen onlosmakelijk bij elkaar. Met de vernieuwde Schijf van Vijf laten we dat zien", zegt Petra Verhoef, directeur bij het Voedingscentrum. "Alle doorgerekende eetpatronen zijn zo gezond mogelijk, hebben een lage milieubelasting en houden rekening met veilige grenzen."
Meer plantaardig
De grootste veranderingen zitten in het zogenoemde 'roze vak'. Voor volwassenen van 18 tot 50 jaar die vlees en vis eten, wordt onder meer een hogere consumptie van peulvruchten aanbevolen: van 120-180 gram naar 250 gram per week. Tegelijkertijd daalt het maximum voor vlees van 500 naar 300 gram per week, waarvan niet meer dan 100 gram rood vlees. Ook het advies voor kaas is aangepast, van 40 gram naar 20 gram per dag. Daarnaast wordt aangeraden om af te wisselen tussen zuivel en verrijkte plantaardige alternatieven.
Bij de herziening zijn randvoorwaarden gehanteerd rond voedingsstoffen, energie-inname, milieubelasting en blootstelling aan schadelijke stoffen zoals PFAS en zware metalen. Nieuwe wetenschappelijke inzichten, waaronder recente adviezen van de Gezondheidsraad, zijn in de aanbevelingen verwerkt.
© Marilyn Barbone | Dreamstime
Theorie en praktijk
Het Voedingscentrum benadrukt dat er een verschil bestaat tussen de theoretische adviezen en de dagelijkse praktijk. "Iedereen eet anders. Wat we lekker vinden, onze gewoontes, cultuur, maar ook de ongezonde omgeving spelen daarbij een grote rol", zegt Liesbeth Velema, expert gedrag. "We weten dat er een verschil zit tussen theorie en praktijk. Onze taak is om die afstand te verkleinen, zonder voorbij te gaan aan wat de wetenschap laat zien."
Om gedragsverandering te ondersteunen, blijft het Voedingscentrum inzetten op kleine, haalbare stappen, zoals het vervangen van witbrood door volkoren. Tegelijkertijd wordt gewezen op de rol van overheid en voedselaanbieders in het toegankelijk maken van gezondere en duurzamere keuzes.
Bron: Voedingscentrum