Het EU-voorstel voor een handelsverdrag met Australië heeft beperkte invloed op de handel in land- en tuinbouwproducten. De Nederlands-Australische handel in land- en tuinbouwproducten is relatief klein, zeker in vergelijking met landen als Brazilië. Het belang is strategisch in tijden van groeiend protectionisme en de handelstarieven van Trump.
Het voordeel voor de Nederlandse land- en tuinbouw schuilt vooral in betere uitzichten voor deelname aan het verbond van 11 landen rond de Stille Oceaan, het CPTPP (Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership). Hier zijn elf landen bij aangesloten: Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore, het Verenigd Koninkrijk en Vietnam. De EU en CPTPP werken al samen bij het doen van voorstellen voor hervorming van de wereldhandelsorganisatie, zoals deze week in Kameroen op de ministeriële WTO-vergadering.
Export is belangrijk
De Nederlandse land- en tuinbouw is afhankelijk van internationale markten. Volgens cijfers van CBL en Wageningen Universiteit heeft Nederland in 2025 voor 137,5 miljard euro aan land- en tuinbouwproducten uitgevoerd. De Nederlandse economie heeft in 2024 naar schatting afgerond 49,1 miljard euro verdiend aan de export van land- en tuinbouwproducten, waarvan 42,5 miljard euro dankzij de export van Nederlandse makelij. Nederland importeerde in 2025 voor 95,1 miljard euro aan land- en tuinbouwproducten, zoals cacao, koffie, thee, soja, palmolie en tropisch fruit.
Globaal blijft 40% van wat boeren en tuinders produceren in Nederland; 40% gaat naar de rest van de EU en 20% gaat naar derde landen. Per product verschilt dit aanzienlijk; bijvoorbeeld 90% van onze pootaardappelen, snijbloemen en uien gaat de grens over.
Om deze reden is LTO Nederland in principe vóór het wegnemen van onnodige handelsbelemmeringen om zo de handel in onze kwaliteitsproducten te bevorderen, mits er voldoende bescherming wordt geboden aan de kwetsbare deelsectoren. In elk handelsakkoord zijn offensieve en defensieve belangen te identificeren. De inzet van LTO Nederland is erop gericht deze belangen zo goed mogelijk in kaart te brengen en over het voetlicht te brengen bij de onderhandelaars van de verdragen
Australië
De topproducten die de EU naar Australië exporteert zijn graanproducten zoals pasta (€ 573 miljoen in 2024), fruit- en groentebereidingen (€ 443 miljoen) en varkensvlees (€ 334 miljoen). Ook wijn, bier, chocolade en zuivelproducten, zoals kaas, staan in de top tien. Nederland exporteert jaarlijks ook 50 miljoen bloembollen. Momenteel betaalt de EU op deze producten een invoertarief tussen de vier en 11%. Met het handelsakkoord zouden deze tarieven naar nul herleid worden.
In ruil zal ook de EU de invoertarieven op een aantal Australische landbouwproducten laten vallen, met uitzondering van enkele gevoelige producten zoals rundvlees en suiker. De EU importeert uit Australië voornamelijk oliehoudende zaden en eiwitgewassen (€1,1 miljard in 2024), wijn (€ 161 miljoen), rund- en kalfsvlees (€96 miljoen) en andere dierlijke producten (€222 miljoen). De Australische tariefvrije export van rundvlees en lamsvlees wordt beperkt tot respectievelijk 35.000 en 25.000 ton per jaar. Voor suiker wordt de deur geopend voor een hoeveelheid van 35.000 ton rechtenvrije ruwe rietsuiker. In het productiejaar 2023-2024 exporteerde Australië daarvan twee ton naar de EU.
Voor land- en tuinbouwproducten als geheel heeft de EU nu een positieve handelsbalans met Australië, ter waarde van 2,3 miljard euro in 2024. Zo exporteerden we voor 4,2 miljard euro en importeerden we voor 1,9 miljard euro.
Vervolg
Het gaat nog om een voorstel. De nieuwe handelsmaatregelen gaan nu dus nog niet in werking treden. Eerst moeten de 27 EU-lidstaten in de Raad en het Europees Parlement de deal nog goedkeuren. De tekst moet bovendien ook nog groen licht krijgen bij de Australische parlementsleden.
Verdeelde reacties in België
De reacties op het nieuwe handelsakkoord tussen de EU en Australië zijn in België sterk verdeeld binnen de landbouwsector, bericht Vilt. Boerenbond ziet het akkoord als relatief evenwichtig, met kleinere verschillen in productiestandaarden dan bij Mercosur en bescherming voor gevoelige sectoren. Tegelijk waarschuwt de organisatie dat extra import de druk op Europese landbouwers verder verhoogt.
Het Algemeen Boerensyndicaat is veel kritischer en noemt het akkoord nadelig voor boeren. Volgens hen zijn beloften over bescherming en controles weinig geloofwaardig en leidt het tot oneerlijke concurrentie door goedkope import. Ook stellen ze dat Europese regels en kosten vooral bij landbouwers terechtkomen.
Bron: LTO