Het gewapend conflict rond Iran heeft geleid tot een snelle stijging van de energieprijzen. Voor voedingsmiddelenproducenten vertaalt dit zich direct in hogere kosten voor wegtransport, maar ook indirect door ontregelde internationale handelsketens, geeft ABN AMRO in een sectorupdate aan. Zo kunnen de sluiting van luchtroutes in het Midden-Oosten en de sterk oplopende tarieven voor containervaart de levering van grondstoffen en eindproducten beïnvloeden. De impact verschilt per bedrijf en hangt sterk af van het type product en de contractafspraken met afnemers.
Energie-intensieve sectoren voelen druk
Industrieën met een hoog energieverbruik, zoals industriële bakkerijen en de verwerking van groenten en fruit, worden het hardst geraakt door stijgende energiekosten. De meeste bedrijven werken echter met een mix van energiecontracten, waardoor prijsstijgingen vertraagd en beperkt doorwerken in de resultaten.
Wegtransportkosten zijn daarentegen direct merkbaar. Ze gelden zowel voor de inkoop van grondstoffen en verpakkingen als voor de distributie van eindproducten. In sommige contracten met retail of foodservice kunnen hogere brandstofkosten doorberekend worden, maar dit is lang niet altijd het geval.
Ook containerprijzen stijgen. Redereijen rekenen toeslagen zoals een 'war risk premium' voor bestemmingen in het Midden-Oosten en een brandstoftoeslag door de hogere olieprijs. Producten met een sterke afhankelijkheid van handel buiten de EU, zoals vlees, koffie, suiker, zuivel en tropisch fruit en groenten, lopen hierdoor extra risico. Bovendien drijven hogere energieprijzen ook de kosten van verpakkingsmaterialen op, omdat de productie van aluminium, plastic en glas zeer energie-intensief is.
© CBS, bewerking van ABN AMRO
Figuur 1: Handel met landen buiten de EU wordt relatief hard geraakt door hogere containerprijzen.Totale invoer- en uitvoerwaarde buiten de EU per productgroep (2024)
Nederlandse export naar Midden-Oosten beperkt
Jaarlijks exporteert de Nederlandse voedingsmiddelen- en drankenindustrie circa €2,9 miljard naar het Midden-Oosten, goed voor 2,8 procent van de totale export. Uitschieters zijn chocolade (8%), zuivel (5%) en groente & fruit (5%). Voor de totale sector zijn de gevolgen van een tijdelijke uitval van deze export beperkt, zeker omdat veel bestemmingen ook via alternatieve routes bereikt kunnen worden.
Doorwerking van kosten naar consumentenprijzen
Ervaringen uit de energiecrisis van 2022 laten zien dat hogere productiekosten na drie tot negen maanden terugkomen in de consumentenprijzen. Vooral kleinere bedrijven ervaren hierbij druk, omdat zij hogere kosten moeten voorfinancieren terwijl verkoopprijzen nog niet zijn aangepast. Grotere spelers beschikken doorgaans over meer marktmacht en een financiële buffer om dit hiaat op te vangen. Dankzij investeringen in duurzaamheid is de energie-intensiteit van de sector in 2024 circa 5% lager dan in 2021.
Consumenten voelen de druk eveneens. Hogere benzine- en energierekeningen verminderen de koopkracht, waardoor de vraag naar huismerken kan toenemen ten koste van luxere voedingsmiddelen en A-merken.
Advies voor ondernemers
Bedrijven doen er goed aan de ontwikkeling van kosten en liquiditeitsbehoefte scherp te monitoren. Langjarige energiecontracten kunnen helpen om risico's van een langdurig conflict af te dekken, net als de inkoop van energie-intensieve producten zoals verpakkingen. Voorzichtigheid bij het aanleggen van extra voorraden is cruciaal; te veel inkopen kan leiden tot overtollige voorraden en druk op de marge. Een gezonde balans tussen beschikbaarheid, leveringszekerheid en prijs is essentieel.
Ook de mogelijkheden om gestegen kosten door te berekenen, verschillen per onderneming. Strategische relaties met afnemers en open boekcalculaties kunnen helpen, maar contracten en prijsonderhandelingen maken dit vaak complex. Vooral kleinere bedrijven hebben minder ruimte om kostenstijgingen door te berekenen, terwijl grote bedrijven meer marktmacht en expertise hebben.
Duurzaam investeren loont
Stijgende energieprijzen maken verduurzaming financieel aantrekkelijker. Energiebesparende maatregelen zoals isolatie of vervanging van verouderde apparatuur verminderen de kwetsbaarheid voor prijsschommelingen. Elektrificatie van processen – bijvoorbeeld het vervangen van aardgas door inductie – kan eveneens energiekosten besparen, maar vraagt vaak grote investeringen en aanpassingen in het productieproces. Netcongestie kan daarbij een obstakel vormen, al zijn oplossingen zoals batterijopslag soms toepasbaar.
© Dreamstime
Inflatiepijn, maar geen wereldwijde recessie
Het Iran-conflict is opnieuw een serieuze stresstest voor de Europese economie. Vooral landen in Centraal- en Oost-Europa worden hard getroffen. "Dat kan overslaan naar de EU omdat we economisch nauw met die landen verweven zijn." Zo stelt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade.
Oost-Europese landen als Hongarije en Polen kregen afgelopen weken te maken met een scherpe waardedaling van hun valuta: Hongaarse forint -8% en de Poolse zloty -5%. Geeroms: "Als de Straat van Hormuz maandenlang gesloten blijft, dreigt voor deze landen een recessie. Ze zijn sterk afhankelijk van geïmporteerde energie. Daarnaast kampen ze met flinke begrotingstekorten. Hongarije bijvoorbeeld heeft, mede door brandstofprijsplafonds, een begrotingstekort van ruim 5%. Obligaties van deze landen gingen afgelopen weken massaal in de verkoop. Dat wijst niet op vertrouwen."
"Slecht nieuws"
Volgens Geeroms zal de economische schade voor de EU de eerste maanden beperkt blijven. "De economische schok wordt opgevangen met een mix van buffers en beleid. Dankzij strategische energievoorraden en een meer gespreide import van olie en gas is de directe afhankelijkheid van het Midden-Oosten relatief beperkt. Tegelijkertijd kunnen overheden met steunmaatregelen, zoals prijsplafonds en subsidies, de impact van hogere energieprijzen op huishoudens en bedrijven dempen. Al is hogere inflatie moeilijk te voorkomen als het conflict langer aanhoudt. Meer inflatie verkleint de kans op renteverlagingen. En dat is slecht nieuws voor de economie."
De EU is volgens Geeroms zeker niet immuun voor de economische problemen die zich in Oost-Europa aandienen. "Landen in onze achtertuin komen onder druk te staan. Dat vergroot de financiële en politieke risico's voor Europa. Via handel, banken en investeringen zijn we economisch en financieel nauw met die landen verweven. Financiële stress, zoals oplopende schulden, zwakkere valuta of stijgende rentes, kan doorsijpelen naar het bredere financiële systeem in de EU."
Zwakke schakels
Naast Oost‑Europa wijst kredietverzekeraar Allianz Trade ook op andere opkomende landen in Azië, Afrika en het Midden‑Oosten die door het conflict in het Midden-Oosten in de problemen komen. Allemaal kennen ze een hoge energie‑afhankelijkheid die samenvalt met zwakke overheidsfinanciën en tekorten op de lopende rekening. Het gaat onder meer om landen als Bangladesh, Egypte, Ethiopië, Jordanië, Kenia, Marokko, Pakistan, Sri Lanka en Tunesië, die bij langdurig hoge olie‑ en gasprijzen het risico lopen in een recessie te glijden. Geeroms: "Deze landen zijn onderdeel van mondiale supply chains die bepalend zijn voor de wereldeconomie. Het zijn kwetsbare schakels waarvan de problemen uiteindelijk ook voelbaar zijn in de westerse economieën, via hogere kosten, vertragingen en productiestilstanden."
"Niet zo erg als in 2022"
De olieprijs sprong in de eerste week van het conflict even 40% omhoog, met een piek rond 120 dollar per vat, en noteert nog altijd zo'n 15% boven het niveau van vóór de escalatie. "Bedrijven dachten de energiecrisis van 2022 achter de rug te hebben en dan krijgen we dit. Opnieuw hogere energie- en transportkosten. Gelukkig is de uitgangspositie van de EU nu duidelijk beter dan in 2022. De energievoorziening is gediversifieerd. Ook zijn gasvoorraden beter gevuld en we zijn inmiddels bekend met mogelijke noodmaatregelen. De kans op een acute energiecrisis of stevige recessie acht ik hier dan ook niet groot. Maar het is zeker wel een serieuze stresstest en de energie-afhankelijkheid is opnieuw een erg kwetsbaar punt gebleken. Dat moet voor Europa een stevige wake-upcall zijn."
Bron: ABN AMRO / Allianz Trade