De NFO geeft middels een speciale taskforce een impuls aan een effectief middelenpakket voor de fruitteelt. Regelmatig delen taskforceleden actuele ontwikkelingen. Dit keer praat Jolanda Wijsmuller lezers bij over het feit dat steeds meer metingen plaatsvinden. In de basis een goede ontwikkeling. Het gaat echter mis wanneer resultaten worden gebruikt om angst en onrust te zaaien zonder de cijfers in de juiste context te plaatsen, betoogt ze.
Laboratoria die gewasbeschermingsmiddelen analyseren, beleven drukke tijden. Er wordt meer gemeten dan ooit en dat is op zichzelf een goede ontwikkeling. Maar meten alleen is niet genoeg. Zonder duiding van de cijfers ontstaat namelijk een schijnwerkelijkheid die burgers onnodig ongerust maakt.
In het toelatingsproces van gewasbeschermingsmiddelen worden analysemethoden ontwikkeld die later worden gebruikt voor handhaving. Daardoor kunnen laboratoria gewassen en geoogste producten efficiënt analyseren op honderden toegelaten stoffen. Jaarlijks worden op die manier vele duizenden monsters gecontroleerd op residuen, met duidelijke normen en heldere interpretaties.
De laatste jaren zien we echter een nieuwe trend: ngo's nemen monsters in huisstof, natuurgebieden en rondom landbouwpercelen. De gevonden residuen worden vervolgens gerapporteerd tot ver onder de gebruikelijke kwantificatieniveaus. De cijfers worden netjes onder elkaar gezet, maar de context ontbreekt volledig. Het resultaat: alarmerende rapporten en krantenkoppen die burgers schrik aanjagen, terwijl de werkelijke risico's vaak nihil zijn.
Een treffend voorbeeld is het onderzoek van de Belgische ngo Velt in de gemeente Buren. Huisstofmonsters werden geanalyseerd en de resultaten daarvan werden breed uitgemeten in de media. Maar wie de cijfers inhoudelijk beoordeelt, ziet een heel ander verhaal:
- De hoogste concentraties stoffen in huisstof bleken afkomstig van vlooienbanden en vlooienmiddelen voor huisdieren — producten die burgers zelf in huis halen.
- De gevonden gewasbeschermingsmiddelen waren vooral middelen die in de fruitteelt worden gebruikt, wat logisch is in een fruitgemeente.
- Wanneer de gemeten concentraties werden afgezet tegen de blootstelling die zonder gezondheidsrisico kan plaatsvinden, bleek dat een burger – afhankelijk van de actieve stof – dagelijks kan worden blootgesteld aan 5 tot 600 kilo huisstof. Dat zijn hoeveelheden die in geen enkel huishouden voorkomen.
In dit onderzoek veroorzaakte de burger zelf de hoogste concentraties van stoffen die worden gebruikt om vlooien te weren van huisdieren. De concentraties gewasbeschermingsmiddelen waren zo laag dat er geen sprake was van gezondheidsrisico's voor omwonenden op basis van de gevonden waarden.
Er is niets mis met meten. Waar het wél misgaat, is wanneer resultaten worden gebruikt om angst en onrust te zaaien zonder de cijfers in hun juiste context te plaatsen Resultaten moeten altijd worden beoordeeld op basis van werkelijke risico's, niet op basis van getallen die losstaan van toxicologische realiteit.
Bron: NFO