In 2025 maakte 80 procent van de bedrijven het mogelijk om op afstand, bijvoorbeeld thuis, te werken. Ruim 60 procent van alle werknemers had de mogelijkheid om hier in de praktijk ook gebruik van te maken. Dit is ten opzichte van 2022 niet veranderd. In de jaren daarvoor was er nog sprake van groei. Dit blijkt uit de publicatie Digitalisering en kenniseconomie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
© CBS
In 2012 was het bij 59 procent van de bedrijven mogelijk om op afstand te werken. Dit nam sindsdien verder toe tot 83 procent in 2021, maar bleef daarna gelijk met ongeveer 80 procent. Bij op afstand werken hebben medewerkers buiten de bedrijfsvestiging toegang tot documenten of software van het bedrijf, dus niet alleen tot e-mail.
Niet alle werknemers kunnen hun werk buiten de bedrijfsvestiging uitvoeren; het werk laat dit niet altijd toe. In 2025 had 61 procent van de werknemers de mogelijkheid om op afstand te werken; in 2012 was dat nog 22 procent. Sinds 2022 is dit nagenoeg gelijk gebleven. Vooral tijdens de coronapandemie nam het werken op afstand sterk toe.
© CBS
Mogelijkheid om op afstand te werken verschilt per bedrijfstak
In de verhuur en handel van onroerend goed ondersteunen bedrijven het vaakst het op afstand werken (98 procent), gevolgd door de ICT en de financiële dienstverlening (beide 95 procent). In de horeca is dit met 58 procent het laagst. In deze bedrijfstak is het lastig voor werknemers om buiten de bedrijfslocatie te werken en heeft slechts 20 procent van hen de mogelijkheid om dit ook daadwerkelijk te doen.
Minder mogelijkheden bij kleinere bedrijven
Kleinere bedrijven bieden minder vaak mogelijkheden om op afstand te werken dan grotere bedrijven. Van de bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen biedt 76 procent dit aan, van bedrijven met meer dan 250 werkzame personen 96 procent.
Bron: CBS