De Spaanse regering heeft deze week besloten tot een regularisatie die zo'n half miljoen mensen zonder papieren recht geeft op een verblijfs- en werkvergunning. Deze beslissing, genomen per koninklijk decreet, is het resultaat van de inzet van ngo's en kerkelijke organisaties. Zij lanceerden in 2021 een burgerwetgevingsinitiatief dat uiteindelijk leidde tot deze doorbraak.
Om in aanmerking te komen voor regularisatie moeten migranten vóór 31 december 2025 in Spanje zijn aangekomen, geen strafblad hebben en minstens vijf maanden in het land verblijven op het moment van aanvraag. De aanvraagperiode loopt van begin april tot eind juni van dit jaar.
In het maatschappelijk middenveld wordt de beslissing niet alleen door ngo's, kerkelijke organisaties en vakbonden toegejuicht; ook bepaalde werkgeversorganisaties hebben positief gereageerd. Zo noemt UPA, de vereniging van kleinschalige telers, de maatregel "een zegen voor het platteland". In een persverklaring benadrukken ze dat de land- en tuinbouw kampt met een chronisch tekort aan personeel. "We hebben mensen nodig om onze oogsten binnen te halen", stellen ze. Het tekort aan arbeidskrachten is al jaren een belangrijk punt van discussie binnen de boerenprotesten die Spanje – ook nu eind januari – in hun greep houden.
Ook Coag en Asaja, twee andere werkgeversorganisaties in de sector, reageren positief op de stap van de Spaanse regering, zo schrijft de krant El País. "Deze maatregel voor de regulering van buitenlanders lijkt ons positief. We willen een correcte regulering die doeltreffend is, zodat we een tekort aan arbeidskrachten kunnen vermijden", zegt Juan José Álvarez van Asaja.
Ook andere sectoren zoals de horeca, thuiszorg, bouw en transport zijn sterk afhankelijk van migranten. Terwijl de Spaanse economie duidelijk in de lift zit, blijft de arbeidsmarkt krap. Dankzij deze regularisatie kunnen informele werksituaties worden geregulariseerd en krijgen kwetsbare arbeiders betere bescherming en meer rechten.
Toch is de maatregel niet onomstreden. Rechtse oppositiepartijen waarschuwen voor een zogenaamd "aanzuigeffect" en beweren dat de linkse regering via deze regeling – de beslissing wordt genomen per decreet, niet via stemming in het parlement – haar electorale achterban probeert uit te breiden. Die laatste kritiek mist echter grond: regularisatie is geen naturalisatie, en zonder Spaanse nationaliteit mogen migranten niet stemmen bij nationale of regionale verkiezingen.
Spanje gaat met de regularisatie in tegen de bredere Europese tendens, waar het migratiebeleid vooral in het teken staat van verstrenging. Het Spaanse beleid staat bovendien in schril contrast met de situatie in de Verenigde Staten, waar illegale migranten worden opgepakt en uit het land worden gezet, met als gevolg dat meerdere sectoren, waaronder de land- en tuinbouw, geconfronteerd dreigen te worden met een arbeidstekort.
Binnen Europa vangt Spanje relatief veel migranten op door haar ligging aan de Middellandse Zee – een toegangspoort voor migranten uit Afrika – en haar historische banden met Latijns-Amerika – de herkomst van het merendeel van de migranten die nu kunnen opteren voor regularisatie.
De vorige keer dat Spanje een regularisatie van deze omvang doorvoerde, was in 2005. Toen kreeg de maatregel steun over de hele politieke lijn. Dat ligt vandaag duidelijk anders.