De Nederlandse tomaat wint terrein op de Duitse markt, juist in de wintermaanden waarin Almería traditioneel sterk stond. Waar december, januari en februari vroeger het hoogseizoen waren voor de kassen in Zuid-Spanje, en Almería dé leverancier was van tomaten voor Duitse supermarkten, is die situatie aan het kantelen.
Dat blijkt uit een analyse van Eurostat- en douanegegevens, recent gedeeld door Juan Carlos Pérez Mesa, hoogleraar aan de Universiteit van Almería.
Tot de winter van 2022-2023 bleef het evenwicht min of meer stabiel: als het koud werd in Noord-Europa, zakte de Nederlandse productie in en nam Almería het over. Maar sinds dat seizoen zit er duidelijk beweging in de markt. De export vanuit Nederland is sindsdien sneller gegroeid dan die uit Almería, en dat terwijl je in de winter juist minder oogst verwacht in het noorden.
Afgelopen seizoen lag de Nederlandse tomatenexport in december en januari net iets hoger dan die uit Almería. In februari werd het verschil duidelijk groter.
Opvallend is dat de export uit Almería in absolute zin helemaal niet is gedaald. Integendeel: vorige winter gingen er 148,9 miljoen kilo tomaten richting Duitsland, een stijging van 4,1% ten opzichte van 2023/2024 (toen het 143,1 miljoen was). En vergeleken met 2022/2023, toen het net iets boven de 125 miljoen kilo uitkwam, is de groei nog indrukwekkender.
Maar Nederland heeft zijn export veel sneller opgevoerd. En daardoor brokkelt het overwicht van Almería op de Duitse wintermarkt stukje bij beetje af.
Voor de tomatensector in Almería is dat een nieuwe tegenvaller. Het areaal neemt al jaren af door allerlei oorzaken. Tegelijkertijd blijven Nederland (richting Duitsland) en Marokko (richting onder meer Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) marktaandeel winnen in gebieden die traditioneel als 'Almería-terrein' golden.
Bron: diariodealmeria.es