Financiële steun blijft essentieel voor het behoud van landbouw in de afgelegen en insulaire gebieden van Europa. De positieve impact ervan op het concurrentievermogen en de diversificatie verschilt echter per sector en regio. Dat blijkt uit een nieuw verslag van de Europese Rekenkamer (ERK).
De EU stelt jaarlijks tot 653 miljoen euro beschikbaar via het Posei-programma voor de specifieke behoeften van haar ultraperifere gebieden. Posei wordt aangevuld met andere instrumenten buiten het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), zoals cohesie, staatssteun of handelsbeleid.
Posei is van toepassing op de ultraperifere gebieden van drie EU-lidstaten: Frankrijk (Guadeloupe, Martinique, Frans-Guyana, Réunion, Saint-Martin en Mayotte), Spanje (de Canarische Eilanden) en Portugal (de Azoren en Madeira). De belangrijkste traditionele landbouwsectoren in deze regio's zijn de bananen-, suiker- en suikerriet-, melk-, vlees- en tomatenproductie.
Het meeste Posei-geld gaat naar traditionele landbouwsectoren, met als doel dat zij zich blijven ontwikkelen en hun concurrentiepositie qua productie, kwaliteit en prijs versterken. Met behulp van Posei konden de bananensector in het algemeen en de zuivelsector op de Azoren concurrerend blijven. Met de steun kon het concurrentievermogen van tomaten op de Canarische Eilanden en van suiker in de Franse ultraperifere gebieden echter niet worden behouden. Door sterke concurrentie van landen buiten de EU verloren deze producten hun marktaandeel.
Meeste winst naar tussenhandel bananen, niet naar producent
De bananensector — waar de meeste Posei-steun naartoe gaat — ontving in 2023 277 miljoen euro, goed voor 42% van de totale Posei-begroting. In de Franse ultraperifere gebieden is deze steun geconcentreerd bij een beperkt aantal grote producenten. In sommige ultraperifere regio's van de EU wordt bij het toekennen van steun zelfs rekening gehouden met productieverliezen of uit de markt genomen hoeveelheden.
Hoewel in de EU geteelde bananen hogere detailhandelsprijzen opleveren dan ingevoerde bananen, vloeien de meeste winsten naar tussenhandelaren. De producenten zelf lukt het vaak niet hun productiekosten te dekken.
De suiker- en suikerrietsector — belangrijk voor de economie van de Franse ultraperifere regio's — scoort goed op het gebied van sociale en circulaire economie, maar blijft achter op het gebied van financiële duurzaamheid en concurrentievermogen. Tomaten, ooit een belangrijke traditionele sector op de Canarische Eilanden, gaven ondanks de EU-steun een scherpe daling van de productie en uitvoer te zien. Op de Azoren daarentegen heeft Posei de zuivelsector geholpen om concurrerend te blijven en de productie stabiel te houden.
Tomaten Canarische Eilanden
In 2023 werd ongeveer 21.500 ton tomaten uit de Canarische Eilanden buiten de regio verkocht, tegenover 53.000 ton in 2017 — een daling van 59%. De EU-steun aan tomatenproducenten is eveneens gedaald, maar niet in dezelfde mate: van 7,7 miljoen EUR in 2017 tot 6,7 miljoen EUR in 2023. In het rapport wordt vooral Marokkaanse concurrentie genoemd als oorzaak voor de teloorgang van de tomatenteelt op de eilandengroep.
Sinds 2021 ondersteunt Posei producenten bij de omschakeling van tomaten naar andere gewassen. In de periode 2021-2023 nam het landbouwareaal voor de teelt van tomaten echter af met 170 hectare. Hiervan ontving slechts 35 hectare steun voor omschakeling.
Dat omschakelen lastig is, kan volgens de onderzoekers deels het gevolg zijn van specifieke klimaatomstandigheden op de Canarische Eilanden, die de mogelijkheden voor omschakeling beperken. Niettemin blijkt uit de voortdurende afname van de omvang van het beteelde areaal, de productie en de uitvoer van tomaten op de Canarische Eilanden dat de doelstelling om de sector concurrerender te maken, niet is bereikt.
© AGF
Canarische tomaten op Fruit Logistica 2011
Vergrijzing en klimaatadaptatie
Niettemin wordt de toekomst van deze sectoren op lange termijn bedreigd door uitdagingen op het gebied van milieu, klimaat en demografie in de ultraperifere gebieden. In grote landbouwgebieden met permanente teelten wordt de bodemgezondheid aangetast door een gebrek aan gewasdiversificatie en vruchtwisseling. De auditors wijzen erop dat Posei-programma's onvoldoende rekening houden met klimaatadaptatie, ondanks toenemende risico's van extreme weersomstandigheden zoals cyclonen en langdurige droogte. Daarbij komt de vergrijzing van de landbouwbevolking, wat de druk op de sector verder vergroot.
De auditors roepen de Europese Commissie op om de EU-steun voor traditionele landbouwactiviteiten in de ultraperifere regio's opnieuw te beoordelen. Ook moet zij diversificatie van gewassen en veeteelt bevorderen en beter evalueren of steun voor invoer daadwerkelijk ten goede komt aan de eindgebruikers.
Het is meer dan 15 jaar geleden dat voor het laatst een doelmatigheidscontrole van Posei is uitgevoerd.
Bron: Europese Rekenkamer