Criminelen smokkelen steeds vaker cocaïne door die chemisch te verstoppen in producten als steenkool, cacao, visvoer en betonmortel. Door de drugs op moleculair niveau te binden aan ander materiaal zijn ze niet meer te detecteren met scans, speurhonden of standaardtesten, bericht AD. Volgens het Openbaar Ministerie komt minstens een kwart van de cocaïne in Europa op deze manier binnen.
Na aankomst wordt de cocaïne in speciale extractielabs ("cokewasserijen") weer uit het dragermateriaal gehaald, vaak met hulp van gespecialiseerde Colombianen. Het aantal van deze labs neemt snel toe in Nederland en andere Europese landen. Opsporingsdiensten werken internationaal samen en zoeken naar nieuwe detectietechnieken om deze smokkelmethode aan te pakken.
Bron: AD