Een verkoper in de fruitsector mag niet zonder meer overstappen naar een concurrerend bedrijf. Dat heeft de Rechtbank Rotterdam bepaald in een recente uitspraak over een concurrentiebeding. Volgens de rechter weegt de kennis die een verkoper heeft over prijzen en kortingen zwaar mee, zelfs als het gaat om een medewerker met een relatief korte staat van dienst in een niet-leidinggevende functie.
© Dreamstime
De zaak speelde tussen een fruitverkoper en zijn voormalige werkgever. De verkoper werkte daar ongeveer 2,5 jaar en wilde na zijn vertrek aan de slag bij een andere groothandel in groenten en fruit. Maar in zijn contract was een concurrentiebeding opgenomen en dat verbood hem om binnen één jaar bij een concurrerend AGF-bedrijf te gaan werken.
De verkoper stapte vervolgens naar de rechter om het beding te laten schorsen. Hij vond dat hij onredelijk werd beperkt in zijn kansen op de arbeidsmarkt. Hij eiste dat het concurrentiebeding van tafel ging en zo niet, dan wilde hij daarvoor financieel worden vergoed.
AGF is een keihard concurrerende markt
De rechter stelt vast dat de AGF-sector extreem competitief is. Klanten vragen vaak bij meerdere leveranciers offertes op en stappen gemakkelijk over als de prijs of voorwaarden elders beter zijn. In zo'n markt kan interne kennis een groot verschil maken.
Volgens de rechter had de verkoper tijdens zijn dienstverband inzicht gekregen in hoe prijzen tot stand komen. Hij was aanwezig bij wekelijkse verkoopbesprekingen, waarin werd gesproken over inkoop, verkoopbaarheid van producten en de strategie richting klanten. Ook wist hij binnen welke marges hij prijzen mocht aanbieden en hoeveel korting mogelijk was om klanten binnen te halen.
Die kennis is volgens de rechter gevoelig. Niet omdat het om geheime formules gaat, maar omdat het precies laat zien hoe een bedrijf zich staande houdt in de markt. Als een verkoper die kennis meeneemt naar een directe concurrent, kan dat de oude werkgever benadelen.
Ook junior verkopers kunnen te veel weten
Opvallend is dat het hier niet ging om een ervaren senior verkoper met een groot eigen klantenbestand, maar om een junior accountmanager. Toch maakt dat volgens de rechter weinig verschil. Het draait niet om functietitel of senioriteit, maar om wat iemand in de praktijk weet.
Juist omdat de verkoper offertes uitbracht, prijzen bepaalde en kortingen kon inzetten, had hij volgens de rechter waardevolle kennis over hoe klanten worden binnengehaald. Dat is de kern van het commerciële spel in de AGF-handel.
Geen vrijbrief om direct over te stappen
De rechter komt daarom tot de conclusie dat het concurrentiebeding wel degelijk geldig is. Dat betekent dat de verkoper niet zomaar bij een directe concurrent aan de slag mag. De rechter vindt het belang van het handelsbedrijf hier zwaarder wegen dan de wens van de werknemer om meteen die overstap te maken.
Wel kijkt de rechter kritisch naar de duur van het beding. In het contract stond dat het beding een jaar zou gelden. Maar volgens de rechter past dat niet helemaal bij de realiteit van de AGF-sector.
Seizoen bepaalt hoe lang kennis waardevol is
De fruitsector werkt sterk met seizoenen. Prijzen en afspraken liggen vaak voor een aantal maanden vast, tot het einde van het seizoen. De werkgever gaf zelf aan dat veel prijsinformatie na het seizoen zijn waarde verliest.
Daarom oordeelt de rechter dat het concurrentiebeding niet het volle jaar hoeft te gelden. Hij bepaalt dat het beding stopt bij het einde van het seizoen, concreet per 1 juli. In de praktijk betekent dit dat de verkoper ongeveer tien maanden wordt beperkt, in plaats van twaalf.
Volgens de rechter is dat redelijk: zolang de prijskennis nog actueel is, mag de werkgever die beschermen. Daarna is de informatie verouderd en mag de werknemer zijn loopbaan vervolgen.
Arbeidsmarkt speelt ook mee
De rechter kijkt ook naar de arbeidsmarkt. Die is krap, waardoor van de verkoper verwacht mag worden dat hij andere opties heeft. Dat kan buiten de AGF-sector zijn, maar ook binnen de sector, bijvoorbeeld bij bedrijven die zich op andere producten richten.
Dat de verkoper liever bij precies dit ene bedrijf wil werken, is volgens de rechter geen doorslaggevend argument. Er zijn alternatieven, en de werkgever had aangegeven bereid te zijn om mee te denken over andere mogelijkheden.
Wat betekent dit voor de sector?
De uitspraak laat zien dat contractuele concurrentiebedingen in de AGF-sector ook in de rechtbank overeind blijven. Vooral kennis over prijsopbouw, kortingen en verkoopstrategie wordt gezien als cruciaal en beschermingswaardig.
Tegelijkertijd maakt de rechter duidelijk dat zo'n beding niet eindeloos mag doorwerken. Het seizoenskarakter van de sector speelt een belangrijke rol bij de vraag hoe lang een beperking redelijk is.
Voor werkgevers betekent dit dat ze goed moeten nadenken over de duur en onderbouwing van hun concurrentiebedingen. Voor werknemers is het een signaal dat ook functies zonder 'senior' in de titel kunnen leiden tot beperkingen bij een overstap naar de concurrent.
Kortom: wie in de AGF werkt en weet hoe prijzen echt tot stand komen, kan die kennis niet zomaar meenemen naar de buurman — maar hoeft ook niet langer aan de kant te blijven staan dan nodig is.
Bron: Rechtbank Rotterdam