Resultaten seizoen 2019/2020 en zorgen om moeilijk aardappelseizoen 2020/2021

Op donderdag 4 november 2020 heeft de UNPT een videoconferentie gehouden waarin Geoffroy d'Evry, voorzitter van de UNPT, Martin Mascre, directeur van de UNPT, Bertrand Achte, vicevoorzitter van de UNPT en voorzitter van de transformatiecommissie met Olivier Brasset, vicevoorzitter van de UNPT en voorzitter van de Zetmeelcommissie,  de resultaten van seizoen 2019-2020 en een deel van resultaten van seizoen 2020-2021 hebben gepresenteerd. De impact van de coronacrisis op de markten, op de huidige overheidssteun en op de stopzetting van de CIPC en de ingezette transities is toen ook besproken. 

Seizoen 2020-2021: een seizoen op veel punten identiek aan dat van 2019- 2020
Seizoen 2020 vertoont veel gelijkenissen met seizoen 2019, zowel wat betreft de aanplant, als wat betreft de teeltperiodes in de lente en de zomer en wat betreft de oogstomstandigheden. Net als het vorige seizoen werd ook dit seizoen gekenmerkt door periodes van droogte tijdens de teelt, droge omstandigheden voor het begin van de oogst tot half september en periodes van regen vanaf eind september/begin oktober. Hierdoor werden de oogstactiviteiten vertraagd. Momenteel moet nog iets meer dan 20% van de aardappelen worden geoogst.

Dit seizoen zal gegarandeerd worden beïnvloed door de tweede coronavirusgolf, terwijl de vorige van maart plaats heeft gevonden ten tijde van de eerste lockdown en de periode waarin de eerste gevolgen van de pandemie voelbaar waren. 

De zetmeelopbrengst
Wat de zetmeelopbrengst betreft, zijn de oppervlakken het afgelopen jaar flink toegenomen. Wat de opbrengst betreft is de miljoen ton amper gehaald. De afgelopen 5 jaar (met een opbrengst van gemiddeld 42 ton) lagen de opbrengsten duidelijk onder die van de 5 voorgaande jaren (gemiddeld 52 ton). Deze dalingen van ongeveer 20%, gemeten over een periode van 10 jaar zijn voornamelijk te wijten aan de periodes van extreme hitte en de periodes van droogte.

Toename van het areaal
De ontwikkeling van het areaal van de afgelopen 5 jaar is voornamelijk gekoppeld aan de ontwikkeling van de vraag vanuit de industrie, die dat heeft doen stijgen. Vooral Frankrijk en Duitsland zagen het areaal  de afgelopen vijf seizoenen aanzienlijk toenemen.

Of deze trend zich door zal zetten is sinds lockdown in maart onzeker. Hoewel begin 2020 het areaal bleef toenemen, was het moeilijk om aanpassingen aan te brengen toen de pandemie eenmaal begonnen was, aangezien de rotaties al plaatsvonden, de planten al waren besteld en het seizoen al van start was gegaan.

Ramingen met betrekking tot de opbrengsten
Hoewel de cijfers aan het einde van de oogst altijd nog worden bijgesteld om de cijfers van de daadwerkelijke opbrengsten in kaart te kunnen brengen, kunnen we nu al zeggen dat deze voor de 5 Europese landen ongeveer 28 miljoen ton zullen zijn versus 26,8 miljoen in 2019 en de 25 miljoen in 2018.

Met een opbrengst van 28 miljoen ton zouden de teeltresultaten van deze 5 Europese landen, zonder de invloed van het coronavirus, binnen een evenwichtige marge hebben gelegen.

Dit jaar zijn de opbrengsten meer in lijn met het gemiddelde van alle Europese landen. Ze zijn homogener. Dat, terwijl in 2019 met betrekking tot de Oosterse landen en Duitsland ten opzichte van de gemiddelden sprake was van kleiner geworden opbrengsten. Hierdoor ontstond de mogelijkheid om een aantal producten naar deze landen te exporteren en seizoen 2019-2020 toch goed af te ronden.

Het pandemie-effect: dalende prijzen op de markt voor industrieaardappelen
Tijdens seizoen 2019-2020 daalden de industrieprijzen op de markt voor zeldzame soorten vanaf de lockdown half maart sterk: tot 20-25 euro per ton. Er vonden geen aankopen meer plaats, omdat de fabrikanten hun opbrengsten al grotendeels kwijt waren en zelfs met hun bestaande contracten nog te maken kregen met een overschot aan aardappelen.

Het pandemie-effect op de versmarkt: een beperkte impact op de prijzen in Frankrijk
Tijdens seizoen 2019-2020 stimuleerde de lockdown de consumptie enorm terwijl de markt in februari niet erg actief was. Hierdoor eindigde het jaar wat betreft de Franse aardappelconsumptie binnenshuis met een stijging van 7%.

De prijsniveaus waren vrij hoog (maar uiteraard lager dan dat van 2018 dat werd gekenmerkt door een sterk tekort aan aardappelen dat leidde tot hogere prijzen). Daarna wisten de prijzen zich te herstellen en waren ze van een goed niveau. Dat goede niveau kon worden gehandhaafd, omdat de impact van het coronavirus op de prijzen binnen de Franse verssector beperkt was.

De impact van het coronavirus op de exportprijzen bij het exporteren van hogere kwaliteit aardappelen was ook beperkt. Daar staat tegenover dat er sinds april sprake was van een prijsdaling bij de aardappelen van gemiddelde kwaliteit en bij die lager dan de topkwaliteit. Die prijsdaling is vooral te wijten aan de komst van industrieaardappelen op de markt.

Voor seizoen 2020-2021 liggen de prijzen die gehanteerd worden op een veel lager niveau dan die gehanteerd tijdens het vorige seizoen. 

Conclusie ten aanzien van het effect van de coronacrisis 
De coronacrisis heeft de markten volledig verwoest. Voor de aardappelen was geen markt. Hierdoor moesten aanzienlijke hoeveelheden verwerkt worden tot veevoer, grondstof voor biogas of compost. Er zijn ook schenkingen gedaan voor een bedrag van 1.200 à 1.300 ton. Op dit moment heeft het coronavirus nog steeds een impact van ongeveer 15 tot 20% op het verwerkingspercentage van de fabrieken en dit was al vóór de recente aankondigingen rondom een eventuele nieuwe lockdown.

Momenteel zijn er grote twijfels op industrieel niveau ten aanzien van de ontwikkeling van de aardappelconsumptie en dus ook van de partijen aardappelen voor de industrie. De angst om na de lockdown in een situatie terecht te komen die lijkt op die van 2020, is voelbaar.

Enerzijds is in Frankrijk de voorraad eindproducten niet per se groter dan gewoonlijk, omdat Frankrijk niet het land is met de grootste aanwezigheid op de exportmarkten. Anderzijds lijkt het erop dat er in België aanzienlijke partijen eindproducten zijn, die een nog grotere impact dreigen te hebben op de verwerking en de partijen die bestemd zijn voor deze voornamelijk Belgische fabrieken.

Geconfronteerd met deze moeilijkheden en de enorme impact die het coronavirus had op de sector, hoopt de sector heel erg op korte termijn financiële steun van de staat te krijgen.

Plan voor tijdelijke financiële hulp nog altijd in ontwikkeling
Afgelopen juni heeft de staat aangekondigd financiële steun (een bedrag van in totaal 10 miljoen euro)  te bieden aan telers van industrieaardappelen. Op dit moment is echter nog niets betaald. De besprekingen over de ontwikkeling van het financieringsplan zijn nog gaande. Er lijkt echter een versie van het plan te bestaan waarin directe steun aan telers in de vorm van 4 miljoen euro zou worden toegekend. Ten aanzien van de overige 6 miljoen heeft de regering aangegeven die in ieder geval niet aan de fabrikanten te betalen.

Wat de UNPT echter vreest in het licht van dit standpunt, is dat als er geen steun wordt verleend aan fabrikanten, dit in verband met de contracten voor het volgende seizoen grote gevolgen zal hebben. De fabrikanten zouden namelijk kunnen proberen om deze financiële steun, die ze niet rechtstreeks van de staat krijgen, via de telers alsnog te ontvangen. Tijdens deze moeilijke periode hebben alle telers de contracten echter toch gerespecteerd ondanks de stagnatie van de vraag, maar zijn de partijen aardappelen verwerkt tot veevoer of omgezet als grondstof voor biogas. 

Een situatie die al het werk zou ondermijnen, met name door de goedkeuring van de Egalim-wet, die is ingesteld om de commerciële relaties tussen de telers en de verschillende schakels binnen de keten te stabiliseren.

Bovendien vreest de UNPT dat de staat deze resterende 6 miljoen euro die is beloofd, zal associëren met structurele steun in verband met de investering en dus met het herstelplan (optimalisatie van opslaggebouwen, upgraden na de het stopzetten van de CIPC, wat aanzienlijke extra kosten met zich meebrengt voor agrariërs, de ontwikkeling van agro-ecologie, de energieoptimalisatie van gebouwen, enz.). De UNPT is echter heel duidelijk op dit punt: de verschillende doelen van al deze bedragen mogen niet door elkaar worden gehaald. 

Plantoppervlakken moeten worden aangepast aan de behoeften van de diverse industrieën
Het standpunt van de UNPT ten aanzien van de ontwikkeling van oppervlakken is vrij duidelijk: de teelt moet kunnen worden aangepast aan de behoeften van fabrikanten. Dus: hoe sneller er zicht is op de behoeften van fabrikanten, hoe sneller de telers hun oppervlakken kunnen aanpassen aan de behoeften.

Gezien de situatie die binnen de sector voor moeilijkheden zorgt, wordt bovendien een zekere nervositeit voelbaar bij sommige spelers binnen de sector, vooral in België. Het is nog maar de vraag of ze zich bij een tweede coronagolf zullen kunnen herstellen. De telers lopen namelijk het risico minder contracten met de fabrikanten te kunnen afsluiten.

Het is daarom belangrijk voor de UNPT om de telers te stimuleren actie te ondernemen en de arealen aanzienlijk te verkleinen (in totaal dus met 15%). Volgens de UNPT is het beter om een kleiner contract te hebben met een fatsoenlijke prijs, dan om een groot contract aan te houden met extreem lage prijzen tot ver onder de productiekosten. De producten waren sowieso toegenomen nadat de telers stopten met het gebruikmaken van bepaalde middelen als CIPC-kiemremmers. Voor de UNPT is het daarom absoluut essentieel dat deze extra kosten in de contracten van 2021 worden meegenomen. 

Zorgen om seizoen 2020-2021
De sector blijft onzeker vanwege de situatie rondom de coronacrisis. Het lijdt geen twijfel dat de tweede golf anders zal zijn dan de eerste, maar zeker is dat ook deze een behoorlijke impact zal hebben op de markt.

De situatie is zorgwekkend gezien de relatief grote opbrengst van dit seizoen, die door de aanhoudende consumptieafname van de / nauwelijks nog wordt afgezet. Elke markt heeft een eigen bestemming en de industriemarkt mag de versmarkt niet verstoren die tot dan in balans is en geen hinder zou moeten ondervinden van de komst van industrieaardappelen. Hoewel het nog te vroeg is om vast te stellen, moet ook dit jaar rekening gehouden worden met de kans dat er partijen industrieaardappelen worden verwerkt tot veevoer of wordt gebruikt als grondstof voor biogas. Is het de bedoeling dat er in zo'n geval een andere vorm van financiële steun wordt toegekend? 

Bovendien zet het stoppen van het gebruik van CIPC ten gunste van een nieuw middel genaamd Dormir vraagtekens bij de mogelijkheid om de partijen van industriële aardappelen over te hevelen naar veevoer. Tegenwoordig is het in Frankrijk zelfs verboden om aardappelen die met dit nieuwe zijn behandeld, te verwerken tot veevoer. Met het oog op deze nieuwe parameter: als er dit jaar weer industrieaardappelen overblijven, waar gaan ze naartoe? 

Geconfronteerd met deze onzekerheden, roept de UNPT de telers op om de leiding te nemen, zodat ze niet te lijden hebben onder de omstandigheden, maar de controle over hun gronden hebben, zonder bang te zijn voor een toename van het aantal oppervlakken of juist een afname van het aantal. Het is immers beter om te anticiperen op wat er op de markt gebeurt dan wat er op de markt gebeurt af te wachten.

Voor meer informatie:
UNPT
Loïc Le Meur
Vaste telefoon: + 33 (0)1 44 69 42 43
Mobiele telefoon: + 33 (0)6 23 17 40 35 l.lemeur@producteursdepommesdeterre.org 


Publicatiedatum:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven