EU legt maatregel op

AGF-producten uit Israëlische nederzettingen krijgen apart label

Producten die afkomstig zijn van Israëlische bedrijven aan de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook en de Golanhoogte zullen gelabeld worden als 'settlement products'. Naar aanleiding hiervan is de EU-ambassadeur ontboden bij het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.

De EU keurde onlangs nieuwe richtlijnen goed voor het labelen van producten, die afkomstig zijn van Joodse nederzettingen aan de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, de Gazastrook en de Golanhoogte. Dit besluit werd al door Israël veroordelend als discriminerend en schadelijk voor de vredesinspanningen met de Palestijnen. "De Europese commissie nam de interpretatieve mededeling aan over de indicatie van de oorsprong van goederen afkomstig vanuit gebieden die door Israël sinds juni 1967 worden bezet," zei een vertegenwoordiger van de EU.

Israël reageerde hierop met een verklaring dat de overheid een aantal vergaderingen met de EU heeft opgeschort.

De richtlijnen bepalen dat alleen het labellen van producten als "Product van de Golanhoogte" of "Product van de Westelijke Jordaanoever" niet voldoende is en dat op het label ook de woorden "Israëlische nederzetting" tussen haakjes moeten worden gezet. Als een Israëlische teler dit weigert, kan de retail dit alsnog doen, omdat de Europese Commissie voldoende informatie heeft over waar de goederen vandaan komen.

Effect op AGF
De maatregel zal voornamelijk van toepassing zijn op AGF uit het gebied. De labels zouden een effect van minder dan 1% op alle handel tussen de EU en Israël moeten hebben, die nu op ongeveer €30 miljardstaat, waaronder €13 miljard aan Israëlische export naar de EU.

Het Israëlische ministerie van Economische Zaken, schat dat de impact ongeveer €46,7 miljoen per jaar zal bedragen en invloed zal hebben op versproducten als druiven en dadels naast wijn, pluimvee, honing, olijfolie en cosmetische producten.

Dat is ongeveer een vijfde van de €186 miljoen tot €280 miljoen aan goederen die per jaar in de nederzettingen worden geproduceerd, maar slechts een schijntje vergeleken met de €30 miljard aan goederen en diensten die Israël jaarlijks aan de EU exporteert, wat een derde van zijn totale export is.

Industriële goederen, waaronder verwerkt voedsel, zijn niet onderworpen aan de verplichte labels, onder de Europese wetgeving, maar kunnen daar wel vrijwillig aan beantwoorden.

"Productlabels bevorderen de vrede niet"
Israëlische functionarissen waren van te voren over het besluit ingelicht. Sommigen van hen waren van mening dat het besluit antisemitisch is.

Minister-president Benjamin Netanyahu noemde het "hypocriet" en een kenmerk van een dubbele moraal. "De EU heeft besloten om alleen Israél te labellen en wij zijn niet bereid om te accepteren dat Europa alleen die kant labelt, die door terrorisme wordt aangevallen. De Israëlische economie is sterk en zal dit doorstaan. Degenen die hierdoor geraakt worden zijn die Palestijnen die bij Israëlische bedrijven werken. De EU moest zich schamen."

De EU erkent niet de legitimiteit van de aanwezigheid van Israël in de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte. Dit zijn gebieden die door Israël werden ingenomen in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Daarom kunnen goederen die hiervandaan komen niet gelabeld worden als "Made in Israël" en moeten ze gemerkt worden als afkomstig uit nederzettingen, wat EU beschouwt als illegaal onder de internationale wetgeving.

De Gazastrook lijkt hierbij inbegrepen te zijn ondanks het feit dat Israël geen aanwezigheid meer heeft in dit gebied. Functionarissen van Israël wijzen erop dat het inbegrip van de Gazastrook erop wijst dat het besluit in feite een politieke motivatie heeft en bedoeld is om te laten zien dat in de ogen van de EU de Israëlische bezetting van de Gazastrook niet ten einde is wegens de blokkades die zijn opgesteld tegenover de Palestijnse enclave.

EU Vicepresident Valdis Dombrovskis stond erop dat de maatregel geen politiek standpunt was, maar een technisch issue. Volgens hem moesten de richtlijnen aangenomen worden omdat drie lidstaten (het Verenigd Koninkrijk, België en Denemarken) uit zichzelf al speciale labels hadden opgelegd. Hierdoor moest de EU zijn regelgeving bij alle 28 staten stroomlijnen.

"De EU verleent geen enkele ondersteuning aan enige vormen van boycot of sancties tegen Israël," zei hij. Hij benadrukte dat Israëlische producten afkomstig van binnen de internationaal erkende grenzen nog in aanmerking komen voor de preferentiële tariefbehandeling.

EU-functionarissen hebben gezegd dat in het Verenigd Koninkrijk, waar er al sprake is van de labels, dit niet tot negatieve economische effecten heeft geleid. Daarbij sluit de EU al tien jaar producten afkomstig van nederzettingen uit van handelspreferenties.

Twee elementen voor de EU-beslissing hebben met name de Israëlische functionarissen boos gemaakt. Zij zien de wetgeving als een effectieve boycot van Israël en zeggen dat andere gevallen van langdurig bezetting, zoals de inlijving van de westelijke Sahara door Marokko, niet op dezelfde manier behandeld wordt.

De EU wijst de beschuldiging van een boycot van de hand en wijst erop dat het niet de consumenten vertelt wat ze niet moeten komen. De consumenten die geen goederen uit Israëlische nederzettingen willen kopen, mijden deze waarschijnlijk al en degenen die de nederzettingen juist ondersteunen kunnen nu actief zoeken naar goederen die door de nederzettingen zijn geproduceerd.

De kwestie van een dubbele moraal is lastiger voor de EU, die in het verleden heeft geworsteld met de kwestie over de westelijke Sahara. Goederen die afkomstig zijn van Noord-Cyprus, dat in 1974 werd overgenomen door Turkije, ziet de EU als een "interne issue".

De Israëlische ambassadeur voor de EU, David Walzer, waarschuwde dat dit de vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen moeilijker maakt en dat de EU niet langer nog gezien wordt als een welkome tussenpersoon. "Israël veroordeelt het besluit van de Europese Unie om Israëlische producten te labelen, die afkomstig zijn van gebieden die sinds 1967 in Israëlische handen zijn. We betreuren het dat de EU wegens politieke redenen heeft gekozen om zo'n uitzonderlijke en discriminatoire stap te nemen, die geïnspireerd wordt door de boycot-beweging, net nu Israël zich geconfronteerd ziet met een golf van terreur die zijn burgers als doelwit heeft," zei het Ministerie van Buitenlandse zaken in een verklaring.

"Het is verwonderlijk en zelfs irritant dat de EU ervoor koos om deze dubbele moraal te hanteren met betrekking tot Israël, terwijl het wereldwijd 200 andere territoriale geschillen negeert, waaronder diegenen die plaatsvinden binnen de EU of aan zijn voordeur. De claim dat dit een technische kwestie is, is cynisch en ongefundeerd," vervolgde het ministerie zijn relaas.

Israël werkte hard aan het vertragen van de publicatie van de richtlijnen, zowel door direct te lobbyen bij de EU-lidstaten als door te lobbyen bij de Amerikaanse overheid waardoor deze druk uit zou oefenen op de EU. Minister-president Benjamin Netanyahu heeft zelfs contact opgenomen met een aantal Europese leiders in de afgelopen dagen om ze mee te geven dat het labellen van de producten immoreel zou zijn.

Israëlische producten hebben sinds 2004 geen voordelen meer gehad van handelspreferenties met de EU. Voor alle landen heeft de EU een landbouwbeleid dat vereist dat de origine van fruit, groenten en honing gelabeld wordt.

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven