Oppassen met teveel aan verlichting
Een belangrijk aandachtspunt van de Duitse verkeerspolitie betreft de verlichting van vrachtauto's en aanhangers. Veel voertuigen hebben niet toegestane verlichting of een overdaad aan verlichting. Overtreders krijgen een bon en mogen het teveel aan verlichting ter plaatse verwijderen. Vooral bij Nederlandse voertuigen is er volgens de politie sprake van 'ein Riessenproblem'.
Voertuigen met uitbundige verlichting lopen een verhoogd risico om naar het parkeerterrein te worden geleid. Volgens de Duitse politie zorgen deze voertuigen voor veel irritatie bij andere weggebruikers en is er een landelijke afspraak om daar streng tegen op te treden.
ECE reglement 48
De Duitse controle is gebaseerd op de Europese verlichtingsvoorschriften uit ECE reglement 48. In dit reglement is precies vastgelegd welke verlichting op het voertuig aanwezig moet zijn en welke verlichting daarboven als extra is toegestaan. Conform ECE 48 mogen bedrijfsvoertuigen voorzien zijn van maximaal zes verstralers waarvan er tegelijkertijd niet meer dan vier mogen branden. Daar komt bij dat de totale lichtsterkte een referentiewaarde van maximaal 100 mag hebben. De referentiewaarde van elke lamp is op het afdekglas in de buurt van het goedkeuringsteken te zien. De Duitse politie ziet het als een taak van de transportondernemer om ervoor te zorgen dat de verlichting conform de Europese voorschriften is. Bij overtredingen gaat de boete van 120 euro daarom rechtstreeks naar de vervoerder. Deze krijgt ook een strafpunt. De chauffeur komt er zonder boete vanaf.Drie opties
Soms mag het voertuig verder rijden, mits ervoor wordt gezorgd dat de technische mankementen aan het voertuig nog dezelfde dag in de werkplaats verholpen worden en dit aan de politie bevestigt. Volgens de Duitse politie rijden vooral veel Neder-landse vrachtauto's met onjuiste verlichting rond.Er zijn verschillende situaties te onderscheiden. Het kan zowel gaan om niet toelaatbare lampen als lichtsnoeren, verlichte emblemen van bedrijfsnamen, verlichte figuren – bijvoorbeeld Michelinmannetjes – als toegestane lampen die verkeerd worden gebruikt. Bijvoorbeeld zijmarkeringslichten die aan de voorzijde worden gemonteerd of een teveel aan lampen.
Een andere categorie zijn lampen die ontoelaatbaar zijn omgebouwd, bijvoorbeeld door de montage van een gekleurd licht of niet toelaatbare beschermroosters. En dan is er nog de verlichting in de cabine in de vorm van gekleurde lampen achter de vooruit, een groot kruis of rond Kerstmis een brandende kerstboom. Allemaal niet toegestaan en het wordt in Duitsland niet geaccepteerd.
De chauffeur heeft drie opties om de problemen te verhelpen. Hij mag de lampen inclusief bekabeling verwijderen of zorgen (indien mogelijk) dat de lampen via een relais wel goed geschakeld zijn. Voor de echte liefhebber is er als laatste optie nog de mogelijkheid om de extra lampen voor de uitstraling te laten staan. Dat mag onder de voorwaarde dat ze permanent onbruikbaar zijn gemaakt.
Bron: TLN