Frankrijk start jaarlijkse meting van gewasbeschermingsmiddelen in de lucht

Na een verkennende campagne in 2019 start Frankrijk met de monitoring van resten van gewasbeschermingsmiddelen in de lucht. Het is de bedoeling dat deze metingen in alle Franse regio’s (op het vaste land en in de overzeese gebieden) voortaan jaarlijks zullen plaatsvinden, meldt het Franse Ineris in een persbericht.

Deze door de Franse staat gefinancierde monitoring is een vervolg op een verkennende nationale campagne voor het meten van gewasbeschermingsmiddelen in de lucht (CNEP), die van juni 2018 tot juni 2019 is uitgevoerd door de Aasqa (erkende organisaties voor toezicht op de luchtkwaliteit), het LCSQA (French central laboratory for air quality control) en het Anses (French Agency for Food, Environmental and Occupational Health & Safety). Deze eerste campagne werd uitgevoerd naar aanleiding van de talrijke initiatieven die de Aasqa de afgelopen jaren heeft ontwikkeld om de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in de lucht te meten, ondanks het ontbreken van Europese regelgeving voor deze stoffen.

In oktober 2017, voorafgaand aan de CNEP, publiceerde de Anses een eerste lijst van 90 chemische stoffen die aanwezig zijn in gewasbeschermingsmiddelen, maar ook in biociden, diergeneesmiddelen en antiparasitica voor menselijk gebruik. Toen het CNEP van start ging, werd de lijst uiteindelijk teruggebracht tot 75 onkruid-, schimmel- en insectenbestrijdingsmiddelen die op 50 locaties moesten worden bewaakt. Daarnaast heeft het CNEP de toepassing mogelijk gemaakt van een geharmoniseerd protocol dat is ontwikkeld door het LCSQA.

Deze lijst van 75 gewasbeschermingsmiddelen die nu op nationale schaal gecontroleerd zullen worden, bestaat o.a. uit:

  • Chloordecon, een hormoon ontregelende stof die sinds 1993 verboden is, maar nog steeds in het milieu aanwezig is;
  • Folpet, een preventieve schimmelbestrijder die in de wijnbouw en tuinbouw wordt gebruikt en door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) sinds 2009 als “mogelijk kankerverwekkend” wordt beschouwd
  • Lindaan, dat tot het verbod in 1998 in de landbouw als insecticide en in farmaceutische producten voor het behandelen van luizen en schurft bij mensen veel werd gebruikt.

De concentratie van deze stoffen in de lucht zal worden gemeten door 18 vaste sensoren, die overeenkomen met een locatie dicht bij een woongebied (stedelijk of halfstedelijk), in elke regio. Om een algemeen beeld van het gebied te krijgen, zal elke locatie een van de volgende landbouwprofielen vertegenwoordigen: akkerbouw, wijnbouw, boomteelt en groenteteelt. De monsters worden genomen volgens de meetstrategie en het protocol die door het LCSQA zijn ontwikkeld. Zodra de gegevens door de Aasqa zijn verzameld, zal het Ineris (French National Institute for Industrial Environment and Risks) deze verwerken en de trendontwikkeling onderzoeken in vergelijking met de conclusies van de eerdere resultaten van het CNEP.

Monitoringsagenda
De metingen zullen niet dagelijks worden verricht, maar verspreid over een periode van zeven dagen. In de loop van het monitoringsjaar zullen op elke locatie 26 meetperiodes worden uitgevoerd – tegenover slechts 18 metingen per jaar voor de groenteteeltlocaties.

Voor sommige stoffen zal de meetfrequentie echter anders zijn. Om de concentratie in de lucht van zogenaamde polaire stoffen, zoals glyfosaat, te meten, zal een aanvullend roterend systeem worden uitgevoerd, met 40 metingen per jaar, die elk 48 uur duren. Deze stoffen zullen niet in alle regio’s tegelijk, in hetzelfde jaar, worden gemeten. De eerste gebieden die dit jaar voor de monitoring zijn geselecteerd, betreffen vijf regio’s (naast de acht die reeds onder het CNEP vallen): Occitanië, Pays-de-la-Loire, Auvergne-Rhône-Alpes, Martinique en La Réunion.

Een strategie voor de lange termijn
De eerste gegevens zullen vanaf de zomer van 2022 beschikbaar zijn in de open-databank voor metingen van bestrijdingsmiddelen, PhytAtmo, en de databank voor luchtkwaliteit, Geod’Air. Zij zullen een eerste bron van cruciale informatie vormen. Het is echter noodzakelijk dat deze monitoring jaarlijks wordt uitgevoerd. De voortzetting ervan blijft afhankelijk van het behoud van specifieke financiering voor de komende jaren, aldus de uitvoerders van de monitoring.

Bron: Actu-Envrionnement


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Twitter Rss LinkedIn

© AGF.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven