Meerjarig onderzoek naar droogtetolerantie van aardappelrassen

Hoe lang kan een aardappel na de knolzetting zonder water? Nu de droge zomers zich aaneen rijgen staat het Water Use Efficiency (WUE) project, het meerjarig HZPC onderzoek naar droogtetolerantie van rassen, volop in de schijnwerpers. Door de wereldwijd groeiende waterschaarste en steeds frequenter voorkomende abiotische stressfactoren, lonkt de markt naar nieuwe robuuste rassen.

In de Champagnestreek ten oosten van Parijs beheert sinds enige jaren Monsieur Guyot in Prémierfait het proefveld met de 1200 veldjes van het WUE project van HZPC. In september is er al weer voor het achtste jaar beproefd en de oogst voor data-analyse overgebracht naar Metslawier. Projectleider Jeroen Bakker (HZPC Research) noemt deze grootscheepse praktijkproef ‘de ontrafeling van de genetica’ voor droogtetolerantie. ‘Jaarlijks vergelijken we 300 rassen, door ze deels wel, en deels niet te beregenen. Zo krijgen we de genen in beeld die nodig zijn voor de ontwikkeling van toekomstige droogtetolerante rassen.’

Elk ras doet vier keer mee. Twee keer beregend en twee keer onberegend. Gemiddeld genomen worden aardappelen in deze Champagnestreek altijd beregend, de grond is zeer doorlatend met kiezels onderin de bouwvoor. Er valt normaal gesproken hooguit 100 mm regen in een groeiseizoen. De kunstmatig beregende veldjes krijgen gemiddeld twaalf keer 40 mm extra water. 

Traditionele rassen als Sababa en Farida doen het goed. ‘Farida geeft tijdens droogte meer marktbare opbrengst dan Spunta’, vertelt Bakker. Maar niet elke opbrengst is vergelijkbaar. ‘Spunta kun je moeilijk vergelijken met bijvoorbeeld Agria, een ras uit een heel ander segment en teeltgebied. En het gaat ons meer dan alleen om de bruto-opbrengstverschillen. We onderzoeken ook het verloop van droogtestress in de rug. Er is geen jaar gelijk. Niet beregende rassen ontwikkelen minder loof, de temperatuur in de rug stijgt daardoor. Robuuste rassen kunnen na de knolzetting goed wachten tot het moment dat er alsnog regen komt. Minder geschikt zijn de rassen waarbij late regenval leidt tot kieming en doorwas.’

De onderzoekers werken per ras een model uit, waarin de helling van de grafiek aangeeft hoe de respons is op een extra watergift (WUI). ‘Zo zien we naast de opbrengst, ook de gevoeligheid van het ras voor een extra watergift. Kort gezegd draait het om twee criteria: hoe is de opbrengst zonder beregening (DTL). En als we een optimaal regime hanteren, wat is dan de maximale potentiële opbrengst (DTO) ’ Uitgebreide analyses en uitslagen van de droogteproeven inclusief het huidige jaar verwacht Bakker binnen enkele maanden te kunnen presenteren.

WUI: water use increment; dit is de respons van het ras op de beschikbaarheid van water, de helling van de grafiek
DTP: drought tolerance prediction; black square
DTL: drought tolerance limited; yield with limited water regime: orange triangle
DTL: drought tolerance optimal; yield with optimal water regime: green triangle

Voor meer informatie:
HZPC 
+31 (513) 48 98 88
info@hzpc.com 
www.hzpc.com 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven