Versterking Ugandese aardappelketen met Nederlandse steun

Versterking van de aardappelketen in Uganda. Dat is het kerndoel van het SDGP-programma dat komende vier jaar wordt uitgevoerd door een aantal Nederlandse en Ugandese partijen. De coördinatie is in handen van agrarisch adviesbedrijf Delphy. “Samenwerking moet ertoe leiden dat alle bedrijven die in de aardappelketen participeren daar aan verdienen”, zegt Martine de Jong van Delphy.



Uitvoering van het SDGP-programma (Sustainable Development Goals Partners) moet leiden tot meer voedselzekerheid in het Oost-Afrikaanse land. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is de belangrijkste geldschieter van het programma, RVO is verantwoordelijk voor het beheer. De deelnemende bedrijven en organisaties leveren ook een financiële bijdrage.

Het landbouwteam op de Nederlandse ambassade in de Ugandese hoofdstad Kampala is nauw betrokken bij het aardappelproject. Landbouwraad Frank Buizer: “De aardappelsector heeft bij ons topprioriteit. Dit project staat daarom hoog op de agenda. Waar mogelijk geven wij ondersteuning.”

Nieuwe chipsfabriek
Het aardappelverwerkende bedrijf Hollanda Fair Foods is een van de deelnemers aan het programma. Het bedrijf is in Rwanda gevestigd en gaat binnen het programma een nieuwe chipsfabriek opzetten in Uganda. Dat in samenwerking met een vaste groep telers. Directeur Thijs Boer: “Dit gaat leiden tot verbetering van de economische positie van de boeren. Dat is mijn belangrijkste drijfveer.”

De aardappelketen in Uganda kent een aantal forse uitdagingen. In alle schakels zijn verbeteringen mogelijk. De productie per hectare en de kwaliteit van de aardappelen kan flink omhoog. Op het gebied van opslag, logistiek en verwerking zijn ook kwaliteitsslagen te maken. In het SDGP-programma werken ketenpartijen samen om de te nemen acties goed op elkaar af te stemmen.



Produceren wat de markt vraagt
Vraaggestuurd produceren is het beginpunt van ketenontwikkeling, zegt Martine de Jong. Zij is bij Delphy teamleider Afrika en vanuit die functie betrokken bij het Ugandese programma. “De twee aardappelverwerkende bedrijven die in het programma actief zijn, weten wat de markt vraagt. Het ene bedrijf produceert frites, het andere chips. Aardappels die tot frites of chips worden verwerkt, moeten aan bepaalde specificaties voldoen. De grote uitdaging van dit programma is om boeren te ondersteunen zodat zij aan de eisen van de verwerkende bedrijven en dus van de afzetmarkt kunnen voldoen.”

Verdienvermogen in alle schakels
Een andere uitdaging is om het verdienvermogen in alle schakels van de keten te verbeteren, zegt De Jong. “Als het boeren lukt om een betere kwaliteit aardappelen te telen - dus groter, uniformer en met minder ogen -, dan moeten ze daar ook een betere prijs voor krijgen. Datzelfde geldt voor alle andere schakels in de keten. Verbetering van de rentabiliteit is de motor van ketenontwikkeling.”

Landbouwraad Buizer: “Wij streven ernaar de rol die Nederlandse aardappelrassen kunnen spelen bij de verbetering van de kwaliteit van de aardappelen in Uganda te vergroten”.

De deelnemers aan het programma gaan een groot aantal activiteiten ondernemen. Bijvoorbeeld trainingen aan ondernemers, in samenwerking met een coöperatie van aardappelboeren. Gewasrotatie is hiervan een belangrijk onderdeel. Er gaat ook gewerkt worden aan de verbetering van de opslagfaciliteiten en logistiek in het programmagebied.

Hollanda Fair Foods
Onderdeel van het programma is de bouw van een chipsfabriek door Hollanda Fair Foods. Dit bedrijf heeft al zo’n fabriek in Rwanda. Daar worden 300 kilo aardappelen per uur verwerkt. Zo’n 400 boeren leveren hun aardappelen aan de verwerker. De chips vinden onder de merknaam Winnaz hun weg in Rwanda, Uganda en Congo. Directeur Thijs Boer wil een soortgelijke keten opzetten in Uganda. Verbetering van de samenwerking in de keten is volgens Boer noodzakelijk. “Die samenwerking moet leiden tot kwaliteitsverbetering in alle schakels. Een hoog drogestofgehalte en uniformiteit in maat zijn voor ons als chipsproducent essentieel. Een constante aanvoer is dat ook. Dat begint allemaal bij de boer. In dit programma is training van producenten daarom een belangrijk onderdeel.”

Uitvoeringsplan
Komende maanden maken de deelnemende partijen een uitvoeringsplan. Hierin worden concrete doelen en maatregelen vastgelegd en geadresseerd. Ook wordt een nulmeting uitgevoerd. Aan het eind van de programmaperiode moet de keten operationeel zijn. Martine de Jong: “Het programma is geslaagd als er een vraaggestuurde en duurzame productieketen is opgezet.”

Bron: Rijksoverheid


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven