Gevoeligheid voor ‘harde brexit’ is per voedingsmiddel verschillend

De op drie na grootste supermarktgroep van het Verenigd Koninkrijk, Morrisons, verwacht vertraging aan de grens als het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie geen overeenstemming over de brexit bereiken. Daarom gaat de voorkeur van Morrisons uit naar een Brexit-deal waarbij geen importtarieven gelden. De supermarkt liet aan Reuters weten wel in een relatief goede positie te verkeren, omdat twee derde van de verkochte producten uit het Verenigd Koninkrijk zelf komt.

Het Verenigd Koninkrijk is een grootverbruiker van Europees voedsel. Jaarlijks importeert het land voor circa 12 miljard pond aan voedsel dat geteeld of geproduceerd is in de Europese Unie (EU). Zo importeert het land jaarlijks voor 58 miljoen pond aan sinaasappelen uit Spanje, voor 905 miljoen pond wijn uit Frankrijk en voor 173 miljoen pond aan tomaten uit Nederland.

Niet alleen tomaten worden verscheept. Nederlandse bedrijven exporteren jaarlijks voor circa 6 miljard euro aan voeding naar het Verenigd Koninkrijk. Daarmee is het Verenigd Koninkrijk het op twee na belangrijkste afzetland voor bedrijven in de Nederlandse voedselsector. Wanneer de EU en het Verenigd Koninkrijk er onverhoopt niet in slagen een handelsovereenkomst te sluiten wordt de Nederlandse voedingssector hard geraakt. Hoewel een no-deal-brexit nog buiten ons basisscenario valt, is het wel van belang ook naar de gevolgen van dit scenario te kijken.

Bij een brexit zonder overeenkomst gaan voor een aantal producten importtarieven gelden die kunnen kan oplopen tot enkele tientallen procenten. Uit Brits onderzoek blijkt dat de EU voor voedsel uit derde landen een gemiddeld importtarief van 22 procent hanteert, het zogenoemde ‘Most Favoured Nation-’ of MFN-tarief. Bij een no-deal zal het Verenigd Koninkrijk een versimpelde vorm van het MFN-tarief hanteren voor importproducten. De tarieven variëren sterk per product. Zo bedraagt het importtarief op vlees gemiddeld 37 procent en op fruit gemiddeld 11 procent.

Door die hogere tarieven kunnen Nederlandse voedingsexporteurs te maken krijgen met vraaguitval. Een importtarief betekent immers dat Nederlands voedsel dat naar het Verenigd Koninkrijk wordt geëxporteerd duurder wordt voor Britse consumenten. Dit kan tot gevolg hebben dat ze naar alternatieven gaan zoeken of eenvoudig minder consumeren.

Zo is het denkbaar dat Britse groothandels, supermarkten en horeca kiezen voor producten uit eigen land, wanneer deze tenminste voorhanden zijn. Dat risico ligt op de loer voor onder meer eieren, pluimveevlees, broccoli of bloemkool. Zo is de omvang van de Britse eierproductie goed voor bijna 90 procent van de totale Britse consumptie. Voor pluimveevlees ligt dit op circa 70 procent. Aangezien het Verenigd Koninkrijk het tweede exportland voor pluimveevlees is, kan dit Nederlandse exporteurs pijn gaan doen. De schade voor eierproducenten is veel kleiner, daar slechts 6 procent van de Nederlandse export naar de andere kant van het Kanaal gaat.

Eenzelfde risico bestaat bij producten die na een ‘harde brexit’ goedkoper uit landen buiten de EU ingevoerd kunnen worden, zeker wanneer het Verenigd Koninkrijk nieuwe handelsverdragen met derdelanden weet af te sluiten. Zo zou de Nederlandse kers, waarvoor een tarief van 12 procent kan gaan gelden, het kunnen verliezen van de variant uit Turkije of de Verenigde Staten. Het Verenigd Koninkrijk haalt nu 21 procent van de geconsumeerde kersen van buiten de EU en zou dit percentage makkelijk kunnen opvoeren. Nederland exporteerde in 2019 voor 1,2 miljoen euro aan kersen naar het Britse eiland.

Positief is dat veel voedingsmiddelen die Nederland naar het Verenigd Koninkrijk exporteert weinig of geen concurrentie ondervinden van de Britten zelf of van landen buiten de EU. Voorbeelden zijn tomaten, spinazie, aubergines, paprika’s, komkommers en peren. Het ‘MFN’-importtarief voor deze producten varieert tussen de 8 en 12 procent. Hoewel de kans dus groot is dat deze producten duurder zullen worden voor de Britse consument wanneer een handelsovereenkomst uitblijft, is er voor de consument niet onmiddellijk een goedkoper alternatief beschikbaar. De concurrentiepositie van deze producten is daarom steviger; zij zijn minder gevoelig voor vraaguitval door de brexit.

Helemaal immuun voor de brexit zijn deze producenten echter niet. Naast de hogere importtarieven lopen de prijzen wellicht ook op door toegenomen logistieke of administratieve lasten en een eventuele daling van het pond als gevolg van de ongekende terugval van de Britse economie. Wanneer de Nederlandse exportproducten echt te duur worden, zullen Britse consumenten hiervan eenvoudig minder kopen of naar goedkopere substituten zoeken. De Nederlandse exportpositie van voedsel mag dan in veel gevallen sterk zijn, onaantastbaar is zij niet.

Voor meer informatie:
Nadia Menkveld
ABN AMRO
nadia.menkveld@nl.abnamro.com  


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven