In de aanpak van de pootgoedfraude

Schouten wil bevoegdheden plantaardige keuringsdiensten niet uitbreiden

Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ziet in de aanpak van de pootgoedfraude geen aanleiding om het wetsvoorstel Plantgezondheidswet, waarin enkel de mogelijkheid voor de minister is opgenomen om een bestuurlijke boete op te leggen, te wijzigen. Deze verantwoordelijkheidsverdeling sluit aan bij de andere publieke domeinen voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn, aldus Schouten in antwoord op vragen vanuit de Tweede Kamer over de aanpak van de pootgoedfraude in april 2019, waarbij gebruik werd gemaakt van vervalste NAK-pootgoedcertificaten.

In de Zaaizaad-en Plantgoedwet (ZPW) 2005 en Landbouwkwaliteitswet is nu geen mogelijkheid opgenomen om overtredingen met een bestuurlijke boete af te doen. Schouten zal de inzet van de nu in deze regelgeving opgenomen handhavingsinstrumenten evalueren en daarbij ook de plantaardige keuringsdiensten en de sector betrekken. Zij streeft ernaar deze evaluatie uiterlijk in 2021 af te ronden. De resultaten van deze evaluatie kunnen aanleiding geven om de introductie van het systeem van bestuurlijke boetes te overwegen, aldus Schouten.

Rollen NAK en NVWA
Op grond van de ZPW heeft de NAK meerdere bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. Dit betreft:

  • De bevoegdheid tot het schorsen, intrekken dan wel doorhalen van een erkenning of registratie van leveranciers;
  • De bevoegdheid om ondeugdelijk teeltmateriaal uit de handel te nemen, op te slaan of te vernietigen of op kosten van de overtreder dergelijke maatregelen te treffen;
  • De (gemandateerde) bevoegdheid tot het toepassen van de herstelsancties last onder bestuursdwang en last onder dwangsom.

Naast de genoemde bestuursrechtelijke handhaving kan sprake zijn van strafrechtelijke handhaving. Hierin is de rol van de NAK beperkt tot het aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) melden van de geconstateerde overtreding. Het betreft dan vooral situaties waarbij achteraf wordt vastgesteld dat er in strijd met de wettelijke regels teeltmateriaal in de handel is gebracht, terwijl het niet meer mogelijk is de overtreding ongedaan te maken (herstelsancties) of de schade als gevolg hiervan te beperken.

Doordat NVWA en NAK beide vanuit hun eigen expertise en mandaat aan deze zaak werken, ontstond er een spanningsveld op het scheidsvlak handhaven en het onderzoek ter voorbereiding op een eventuele strafzaak. Dit is volgens de minister verklaarbaar door het unieke karakter van deze zaak: de omvang ervan, de leveringen over de landsgrens heen, het gebruik van valse NAK-labels en de signalering midden in het pootseizoen.

Klik hier voor het volledige document Beantwoording Kamervragen over artikel 'Grote onvrede over pootgoedfraude'.

Bron: Ministerie van LNV


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven