Onderzoek naar aanpassingsmechanisme Europese aardappelrassen

In het tijdschrift Nature Ecology & Evolution werd onlangs een internationale studie naar de oorsprong en ontwikkeling van Europese aardappelrassen gepubliceerd. Het onderzoek in kwestie werd uitgevoerd door Hernán Burbano, van het Max Planck Instituut voor Ontwikkelingsbiologie in Duitsland. Verder werkten er ook twee Spaanse onderzoekers van de Hogere Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC) aan mee: José Luis Fernández Alonso, van de Koninklijke Botanische Tuin, en Salomé Prat, van het Nationaal Centrum voor Biotechnologie.

De onderzoekers hebben huidige Europese en Zuid-Amerikaanse exemplaren vergeleken met historische herbariumcollecties met aandacht voor de genen die betrokken zijn bij de knolvorming.

"De studie naar de afgelopen 350 jaar van de aardappelevolutie in Europa heeft het mogelijk gemaakt om de genetische diversiteit van de historische aardappelen te kenschetsen, met behulp van complete genoommarkers. Het onderzoek toont ook de kracht aan van het combineren van hedendaagse en historische genomen voor het inzicht krijgen in de complexe evolutionaire geschiedenis van de aanpassing van aardappelen aan de nieuwe klimaten waar het gewas geïntroduceerd werd," stelt Fernández Alonso.

Genetisch onderzoek
Salomé Prat legt uit dat ze een natuurlijke mutatie in het CDF1-gen hebben geanalyseerd. Deze mutatie maakt de knolvorming mogelijk in gebieden waar de dagen in de zomer langer zijn dan in dichter bij de evenaar gelegen regio's. De vraag was of deze mutatie in Europa is ontstaan of afkomstig is van variëteiten die in de tweede helft van de negentiende eeuw vanuit Chili geïmporteerd zijn.

"Het onderzoek toont aan dat deze mutatie op onafhankelijke wijze is ontstaan in Europa, hoewel deze ontwikkeling qua tijd samenviel met de herintroductie van Chileense variëteiten en kruisingen met wilde planten. Dat laatste werd gedaan voor de selectie van genen die resistent zouden zijn tegen virussen en tegen Phytophtora, de veroorzaker van de Europese aardappelplaag rond 1840. De mutatie in kwestie is dominant en is daarom aanwezig in de meerderheid van de soorten die vandaag de dag verbouwd worden".

Het onderzoeksteam heeft gedurende een aantal jaar de genomen van historische Zuid-Amerikaanse en Europese aardappelen uit de periode 1660-1896 onderzocht, met behulp van de verzamelingen die in herbaria zijn bewaard. Sommige van de geanalyseerde soorten waren verzameld tijdens de Spaanse expedities in Amerika in de 18e en 19e eeuw, andere door Darwin tijdens de reis van de Beagle.

In totaal zijn er 88 exemplaren onderzocht, waarvan 29 soorten uit historische herbaria (3 uit Chili en 26 uit Europa). Ook werden er 43 aardappelen onderzocht die representatief waren voor de diversiteit van de hedendaagse Andesrassen, evenals 16 moderne Europese variëteiten.

De onderzoekers concluderen dat de kruising van talloze Zuid-Amerikaanse rassen in Europa, in combinatie met de latere kruising met wilde rassen, heeft bijgedragen aan de huidige variëteit aan Europese aardappelen.

 

Bron: agenciasinc.es


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven