Aardappeltrends België: kansen in een ‘droge’ markt

De Belgische aardappelsector is een van de belangrijkste industrieën in het land en ook wereldwijd staat hij goed bekend – mede dankzij de grote hoeveelheid export van diepvriesfrites. Terwijl begin 2018 het land nog voor uitdagingen stond om extra voorraden af te zetten vanwege meerdere uitbreidingen van het aardappelareaal en hogere opbrengsten per hectare, is er een jaar later sprake van een extreem andere realiteit.

Na een droog teeltjaar in geheel Noordwest-Europa, waarbij uit diverse publicaties blijkt dat België het hardst is geraakt, kan men wel spreken van een dramajaar. Zowel de aardappeltelers als –verwerkers zijn getroffen door de onverwachte langdurige zomerdroogte en de ongewenste gevolgen daarvan.

Wat is de situatie nu? Wat zijn de kansen voor de Nederlandse ondernemer? En wat zijn de vooruitzichten? Een overzicht van de Belgische ‘aardappeltrends’.

Weersextremen en wachtrijen
De grote boosdoener was het weer. Niet alleen regionaal, maar ook internationaal heeft het extreme zomerweer gezorgd voor verontwaardigde marktpartijen die contractueel niet of nauwelijks hiermee rekening hadden gehouden. Grote tekorten bij aardappeltelers volgde waardoor men gedwongen de nodige volumes op de vrije markt diende aan te schaffen teneinde te voldoen aan reeds gemaakte afspraken. Als alternatief bestond ook de mogelijkheid tot het aangaan van nieuwe overeenkomsten voor aankomende teeltjaren, maar dan wél tegen lagere prijzen.

De ontvangst en levering van grote hoeveelheden aardappelen (met name van het ras ‘Bintje’) werd door verwerkers als zeer verrassend ervaren. Een relatief groot gedeelte van de partijen waren van slechte kwaliteit – vanwege onder meer doorwas en drijvers – en de volume aardappelen die wel ineens verwerkt moesten worden, kwamen terecht in wachtrijen vanwege de geringe wascapaciteit en zoutbaden van de beschikbare fabrieken. Gevolg was het verloren gaan van een groot volume aardappelen. Desalniettemin heeft het grote aanbod aardappelen nog wel kunnen zorgen voor een prijsdip op de markt eind oktober 2018.

Schadevergoeding
Inmiddels zijn de marktprijzen wel gestegen, maar de schade is reeds toegebracht. De Vlaamse regering heeft daarom de zomerdroogte erkend als landbouwramp. Hiervoor is voldaan aan twee  wettelijke voorwaarden: (1) het uitzonderlijk karakter van het weersfenomeen, (2) met als gevolg een omvangrijke schade (causaal verband vereist). In de praktijk betekent dit een totale schadevergoeding per schadelijder van maximaal 62.400 euro.

Sceptici geven aan dat de schadevergoeding niets voorstelt. Telers kunnen bijvoorbeeld pas beroep doen op de vergoeding indien bewezen kan worden dat er sprake is van meer dan 30% minderopbrengst. Bij het verder berekenen komt men voor telers uit op een schadevergoeding tussen 80 en 200 euro per hectare. Dat is rond de 10 à 20 procent van de netto, ‘normale’, financiële opbrengst. Er gaan momenteel wel voorstellen rond voor een vergoedingsregeling op grond van het percentage per gewas per gewest. Zowel de Vlaamse als Waalse regering hebben reeds voorzieningen getroffen (de Vlaamse regering heeft 27,5 miljoen euro gereserveerd).

Verschillen en overeenkomsten met Nederland
De extreme droogte en nadelige gevolgen voor telers- en verwerkers zijn natuurlijk niet beperkt gebleven tot de Belgische sector. Ook in Nederland hebben ondernemers last gehad van de gevolgen van het weer en het daaropvolgend domino-effect. Nederlandse verwerkers hebben naar verluidt echter in de zomer reeds extra vrij product aangeschaft (de hoeveelheid noch de dekkingsgraad voor het gehele seizoen is onbekend). Bovendien heeft het absoluut verwerkingsrecord van 370.500 ton aardappelen (over 2018) van de Nederlandse industrie geen effect gehad op de verhouding verwerkte aardappelen/verwerkt product in vergelijking met het gemiddelde van voorgaande jaren. Dat is bijzonder in vergelijking tot België waar het er anders aan toe ging; namelijk het drukkend effect op de marktprijzen vanwege het overaanbod van aardappelen en de surprise-factor bij verwerkers.

Verwerkers in zowel Nederland als België kunnen wel goed schuiven met leveringen, zoals de slechter bewaarbare partijen product prioriteren. Dit heeft invloed op de marktprijs en fysieke noteringen aangezien vraag naar extra product zal uitblijven. Immers, de meeste fabrikanten eisen dat telers hun contractvolume in het geheel leveren. In geval van wanprestatie eisen afnemers compensatie in het volgende teeltseizoen tegen oudere prijscondities. Dat is 2 tot 3 eurocent per kilo goedkoper. Gevolg is dat er verscheidene partijen zijn die reeds verliezen kunnen nemen voor de levering van volgend jaar. Tegelijkertijd bestaan er in Nederland hectare contracten; dat wil zeggen leveringen gebaseerd op het resultaat van een vooraf overeengekomen aantal ha. Opvallend genoeg wil de Belgische aardappelindustrie hier ook naartoe als verzekeringsmiddel voor leveringsrisico’s.

Kansen voor Nederlandse ondernemers
De grondstofhonger is groot. De Belgische industrie heeft in 2018 vanuit omringende landen voor een groot volume ingekocht, voor relatief aantrekkelijke marktprijzen. Toch is er nog weinig voorraad gelet op de hoeveelheid verwerkte aardappelen van het soort Bintje en de onbetrouwbare karakter ervan. Daarom wordt er continu gezocht naar aanwezige partijen in de vrije sector in het buitenland. De discussie heerst of wel doorgegaan moet worden met het ras Bintje en allicht zal het areaal ervan in de loop van het jaar afnemen en import uit het buitenland, onder gewenste contractvormen, toenemen.

Bron: Agroberichten Buitenland / Landbouwteam België / Aardappelwereld Magazine


Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven