Telers uit Canarische eilanden, Martinique, Guadeloupe en Madeira liggen weer eens dwars

Europese bananentelers verwerpen onderhandelingen bananenimporttarief

De Europese Vereniging van Bananentelers (APEB) en de overheid van de Canarische Eilanden hebben kennis genomen van de onderhandelingen afgelopen in december in Quito, Ecuador, tussen het Directoraat-Generaal voor Handel van de Europese Commissie en ministers en onderministers van Handel van Colombia, Ecuador en Peru. Daar werd gesproken over een verlaging van het Europese importtarief op bananen en over andere handelsvoordelen met betrekking tot de bananen afkomstig uit deze exportlanden. Volgens APEB zouden dergelijke maatregelen de oneerlijke concurrentie vergroten, gezien de lagere lonen en soepelere eisen aan sociale en fytosanitaire standaarden in deze landen, vergeleken met de Europese lonen en regels. Volgens APEB maken Europese bananentelers zich ernstige zorgen om deze opening van handelsgesprekken tussen de Europese Commissie en de Zuid-Amerikaanse landen.

Op de Fruit Logistica in Berlijn heeft er een crisisoverleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de Canarische Bananen Telersvereniging (Asprocan), van bananentelers uit Martinique en Guadeloupe (UGPBAN), bananentelers uit Madeira (GESBA) en de raad voor landbouw, veeteelt, visserij en waterbeheer van de Canarische Eilanden, evenals de adjunct-adviesraad voor de primaire sector van de Canarische Eilanden. Het doel van de bespreking was de gezamenlijke uitdagingen ten aanzien van de handelsbesprekingen van de Europese Commissie met de Andes-landen te bespreken en de mogelijke gevolgen daarvan voor de Europese bananenteelt.

De Canarische overheid en APEB hebben tevens het Directoraat-Generaal voor Handel van de Europese Commissie verzocht om een spoedoverleg en zullen tevens de overheden van Spanje, Frankrijk en Portugal vragen om in gesprek te gaan met het samengestelde Comité van Europese Bananenproducenten.

Zoals gebleken is uit verslag van de Europese Commissie hebben de Andes-landen een het Directoraat-Generaal voor Handel een voorstel gedaan om de Europese bananenimporttarieven te heronderhandelen. De Andes-landen citeerden een clausule in de bestaande overeenkomsten waarin voorzien wordt in een mogelijke reductie van importtarieven in 2019, volgens een eerder opgesteld schema voor ten aanzien van de bananenexport van Colombia, Peru en Ecuador.

Importtarief vanaf 2009 al met 57% verlaagd
De Canarische overheid en het APEB benadrukten dat deze landen tot heden al geprofiteerd hebben van een verlaging van het importtarief van 57%, gerekend vanaf 2009. Dat betekent een mindering van de importbelasting van 101 euro per 1000 kg. Bovendien heeft “APEB benadrukt dat nog geen enkele van deze landen het maximaal toegestane exportvolume onder de voorkeurstarieven bereikt heeft. Dat betekent dat ze nog altijd onder de nu geldende reeds gunstige tarieven nog een miljoen ton bananen meer naar Europa mogen exporteren dan ze tot nu toe gedaan hebben. Zulk een toename van het volume van de import van bananen op de Europese markt zouden een rampzalig effect hebben op de prijzen in de markt. Het zou namelijk een extra 25% van aantallen bananen op de markt toevoegen in vergelijking met wat er nu geïmporteerd wordt vanuit Ecuador, Colombia en Peru. Wanneer dan ook nog eens de tarieven verlaagd worden, zouden de gevolgen voor de marktprijzen en de telerprijzen voor Europese telers rampzalig zijn.”

Daarom benadrukken de Canarische Eilanden en het APEB dat “zowel de overheid als de telers dat de Europese Unie zicht bewust moet zijn van de noodzaak voor een effectief en functioneel beheersmechanisme voor de bananenmarkt. Zonder dat zal het verantwoordelijkheid moeten nemen voor het verdwijnen van tienduizenden banen in Europa.”

“Wat bovendien aan de orde is in de besprekingen met Ecuador en Colombia, is dat zij beiden hun verzoek aan de Europese Unie opnieuw bekrachtigd hebben om tot bilaterale overeenkomsten te komen ten aanzien van de erkenning van biologische en ecologische producten. Een dergelijk akkoord zou de oneerlijke concurrentie op de Europese markt enkel nog verder vergroten, aangezien volgens de geldende standaarden in Zuid-Amerika er middelen nog zijn toegestaan die zelfs door conventionele telers in Europa al niet meer gebruikt mogen worden.”

Wat betreft de “sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hebben de Andes-landen eveneens zorg geuit betreffende de mogelijke effecten op hun export vanwege de Europese regelgeving op Maximale Residu Limieten, nieuwe levensmiddelen en endocriene hormoon ontregelaars.” APEB benadrukt dat “de Europese bananenteelt op dit moment de hoogste standaarden ter wereld eerbiedigt, in tegenstelling tot de exportbananen vanuit derde landen, die echter vrijelijk de EU in mogen komen, zonder zelf te hoeven voldoen aan strikte milieu- en voedselveiligheidseisen.”

Volgens APEB vice-voorzitter Laurent de Meillac, tevens voorzitter van UGPBAN, "is het onmogelijk te begrijpen hoe het Directoraat-Generaal voor Handel van de Europese Commissie in haar verklaringen kan stellen dat de Andes-lamden belangrijke leveranciers zijn van hoog-kwalitatieve landbouwproducten en dat het handelsvolume verwacht wordt nog verder te groeien. Wij voelen ons volkomen weerloos ten aanzien van zulke uitspraken, die in onze beleving ver van de werkelijkheid verwijderd zijn.”

Narvay Quintero, raadslid voor landbouw, veeteelt, visserij en waterbeheer van de Canarische Eilanden, zei “Wij zijn verrast en verwerpen de bereidheid van de Europese Unie om het voorstel de importtarieven verder te liberaliseren ten gunste van derde landen. Wij zijn er zeker van dat het geven van permissie aan deze landen, zal leiden tot oneerlijke concurrentie met Canarische bananen. Onze telers leiden onder de huidige omstandigheden al aanzienlijk, waardoor ze in een benadeelde positie worden gedrukt, terwijl de Europese Unie niet voldoet aan het principe van wederkerigheid en aan de bananen vanuit derde landen niet dezelfde eisen stelt als aan Europese.”

Vice-voorzitter van APEB, tevens voorzitter van Asprocan Domingo Martín Ortega zei dat “het ontbreken van harde eisen aan sociale en milieuvoorwaarden binnen de vrije handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen zou voor consequenties moeten zorgen. En ze zouden zeker niet beloond moeten worden met maatregelen die het proces versnellen van beschadiging aan de Europese bananensector die wel aan de sociale eisen en milieuvoorwaarden voldoet. ”

GESBA voorzitter Jorge Dias stelde "om producten toe te laten tot de Europese markt die niet overeenstemmen met de waarden en normen die Europa verdedigt ten aanzien van de teelt binnen haar eigen grenzen, is inconsistent met het beleid dat ze zelf voert.”

Bron: eldiario.es


Publicatiedatum:


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven