Bernhard Url, directeur van EFSA:

"Biologisch voedsel is niet veiliger en waarschijnlijk ook niet voedzamer"

De meerderheid van de inwoners van de EU denkt dat de mogelijke aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen en andere stoffen het grootste risico vormt in voedsel. Dat wordt gesteld in de laatste Eurobarometer over dit thema, gepubliceerd in 2010. Ondertussen maakt minder dan de helft van de bevolking zich zorgen om het "grootste voedselprobleem in Europa": de overdaad aan calorieën en de daaruit voortvloeiende obesitas-epidemie, legt Bernhard Url, directeur van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), uit. Ook om voedselvergiftiging, "de grootste echte bedreiging" van voedsel, maken weinig mensen zich zorgen.

Url is specialist in voedselveiligheid. Sinds 2014 staat hij aan het hoofd van de EU-organisatie die verantwoordelijk is voor het doen van wetenschappelijk onderzoek naar ziekteverwekkers, contaminanten en andere bestanddelen van voedsel. Het doel van deze onderzoeken is dat politici beslissingen kunnen nemen die gebaseerd zijn op bewijzen. Het is geen gemakkelijk werk en vaak worden ze het doelwit van aanvallen, zoals recent gebeurde rondom het thema van glyfosaat, de meest gebruikte herbicide ter wereld. Tijdens zijn bezoek in Madrid voor een afspraak met de Spaanse minister van Volksgezondheid, Luisa Carcedo, bespreekt Url in dit interview de ongegronde angsten en de reële risico's rondom voedsel in Europa.

V. Is biologisch altijd beter?
A. In termen van veiligheid is er geen verschil. In termen van voedingswaarde waarschijnlijk ook niet. De voordelen van biologische landbouw liggen op het gebied van duurzaamheid.

V. Heeft biologische landbouw altijd een lagere milieubelasting? Er worden bijvoorbeeld koperverbindingen gebruikt als gewasbeschermingsmiddelen, en deze zijn giftig. 
A. Over het algemeen wel. De manier waarop de bodem gebruikt wordt, met roterende gewassen, is veel natuurlijker. Het gebruik van koper is een thema waar we ons mee bezig houden. We zien kopervervuiling als een probleem voor het milieu en ook voor amfibieën, vogels en andere organismen. Er moet nog meer onderzoek naar gedaan worden.

V. Moeten we ons zorgen maken over de aanwezigheid van meststoffen of bestrijdingsmiddelen in het voedsel? 
A. In Europa moeten alle additieven worden beoordeeld voordat ze worden goedgekeurd. Alle goedgekeurde stoffen staan in een lijst en moeten iedere 10 jaar opnieuw beoordeeld worden, alvorens ze geaccepteerd worden. Er bestaat niet zoiets als een risico van nul procent, maar het risico op dit gebied is zeer klein. De grootste bedreigingen zijn bacterie-, virus- en voedselvergiftigingen. Mogelijk zijn er jaarlijks miljoenen vergiftigingen in Europa die met de juiste hygiëne en controle voorkomen hadden kunnen worden. Voor wat betreft residuen van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, hebben we maximale residu limieten vastgesteld. Ook wordt er jaarlijks een Europees rapport opgesteld. Volgens het laatste rapport bevindt 97 % van het voedsel zich onder de maximumdrempel. 50 % heeft geen residuen. Slechts 2,4 % bevindt zich boven de grens. De situatie is zeer gunstig. De enige twijfel op dit moment is de mogelijke gecombineerde werking van chemische producten. De EFSA bestudeert deze bijkomende effecten al jaren. Samen met Nederland gaan we de eerste twee rapporten publiceren over de gecombineerde effecten van residuen van gewasbeschermingsmiddelen in twee menselijke organen: de schildklier en het zenuwstelsel. Momenteel wordt er nog gewerkt aan deze rapporten. Het is mogelijk dat sommige maximale residulimieten op basis van de resultaten aangepast zullen moeten worden.

V. Neemt de ongegronde angst op het gebied van voedsel toe?
A. Ja, burgers maken zich zorgen. Ze denken: Hoe is het mogelijk dat de urine van mijn kind glyfosaat bevat? Wij zeggen dan: de concentratie is zo laag dat er geen risico is. Mensen antwoorden: maar ik wil niet dat de urine van mijn kinderen glyfosaat bevat. Dit brengt ons op een andere vraag: Wat voor soort landbouw willen we? Willen we traditionele gewasbeschermingsmiddelen gebruiken of niet? Als we ze gebruiken, wat zijn dan de risico's en wie profiteert ervan? Het is een politieke discussie. Het gaat niet over wetenschap, maar over waarden, over economie. We moeten dit niet verwarren met op bewijzen gebaseerde wetenschap. Er is bovendien nog een andere factor die meespeelt. Voedsel wordt niet meer 'bij de buren' geteeld. Het komt uit Nieuw-Zeeland, Chili, Canada. De complexiteit van de bevoorradingsketens maken absolute controle onmogelijk. We weten niet waar het voedsel vandaan komt en we moeten vertrouwen op een complexe voedselverwerkingsmachine. Het komt erop neer dat we moeten vertrouwen als we willen eten. Dit zorgt ervoor dat mensen zich onzeker voelen. 

V. Hoe kunnen we hen het vertrouwen teruggeven?
R. De voedselsector is het vertrouwen van de consumenten kwijtgeraakt en heeft ook te maken met een reputatieprobleem. Denk aan het voorval met paardenvlees. Er was geen sprake van een bedreiging voor de gezondheid, maar het was wel bedrog. Verder moet je je afvragen: Hebben we aardbeien uit Zuid-Amerika, kiwi's uit Nieuw-Zeeland, alle mogelijke soorten fruit en groenten ter wereld gedurende het hele jaar nodig? Misschien zouden we de landbouw opnieuw kunnen gaan regionaliseren. Regionalisatie betekent garanties op het gebied van kwaliteit, een goede dierenbehandeling, etc. Met dit soort garantielabels probeert de sector opnieuw vertrouwen te winnen.

V. Is transgenetica vereist om 10.000 miljoen mensen van voedsel te kunnen voorzien?
A. Ik geloof dat we, met de ontwikkeling van goede programma's voor het vermijden van verliezen na slechte oogsten, voedselverspilling kunnen vermijden. Als we daarnaast ons eetpatroon veranderen, kunnen we heel ver komen zonder transgenetica. Misschien zouden specifieke toepassingen, bijvoorbeeld tijdens droogte, een oplossing kunnen zijn, hoewel ik er op dit moment het nut niet van inzie in Europa.

V. Zou een volledige biologische landbouw in Europa mogelijk zijn?
R. Ik denk niet dat we de conventionele landbouw voor 100 % kunnen vervangen, maar in sommige landen wordt de 20 % bereikt en ik geloof dat de 30 % zelfs bereikt zou kunnen worden. Wanneer instellingen als ziekenhuizen en scholen biologische producten zouden gaan kopen, zou dat een groot verschil maken.

 

Bron: elpais.com


Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© AGF.nl 2018