Boetes paprika-kartel omlaag

Tholen - De boetes die zijn opgelegd voor het paprika-kartel zijn te hoog. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam geoordeeld. De boetes, opgelegd aan UWG en Rainbow, moeten worden verlaagd.
 
Het gaat om de verboden prijsafspraken in de paprika-sector, waarvoor in 2012 boetes opgelegd zijn door de Autoriteit Consument en Markt ("ACM"). UWG en Rainbow moesten elk 7 miljoen betalen. Zij zijn, samen met hun telersverenigingen en verkoopdochters, in beroep gegaan tegen het besluit. In een tussenvonnis uit juni 2014 had de rechtbank Rotterdam aan ACM opgedragen om een aanvullende motivering te geven of de betrokken partijen wel allemaal beboet konden worden. In een tussenvonnis van 9 juli van dit jaar bevestigt de rechtbank dat de motivering (en het bewijs) van ACM nu voldoende is. Dat bewijs zag bijvoorbeeld op de deelname van de betrokken partijen aan besprekingen. Dat partijen misschien niet aanwezig waren bij ieder prijsoverleg, doet daar niets aan af.
 
Ook werd tegen de boete aangevoerd dat deze ten onrechte was toegerekend aan partijen die feitelijk niet betrokken waren bij het kartel Zo voerde FresQ aan dat zij geen beslissende invloed had over de dochter die in overtreding was. Dat blijkt volgens de telersvereniging uit de GMO-boete die ze opgelegd hebben gekregen waarin haar juist werd verweten onvoldoende regie te hebben gevoerd. De rechtbank is het hier niet mee eens en de boetes blijven staan. Het betoog van deze telersvereniging was bovendien van belang voor de hoogte van de boetes, die vastgesteld worden op basis van de omzet van de bestrafte partij, daar komt de rechtbank later uitgebreid aan toe.
 
Voor dit moment (de rechtbank moet immers nog een eindvonnis wijzen) staat echter vast dat de betrokken partijen aansprakelijk zijn voor de boetes; zij moeten dus betalen.
 
Boetes verlagen
In het kader van de vaststelling van de hoogte van de boete oordeelt de rechtbank echter wel dat er gebreken kleven aan het besluit en de boetes moeten worden beperkt. "Een boete mag maximaal tien procent van de concernomzet beslaan. Bij ondernemersverenigingen wordt dat maximum bepaald aan de hand van de omzet van de leden. In dit geval had ACM de verkoop BV's van de telersvereniging echter ten onrechte behandeld als ondernemersverenigingen", verduidelijkt advocaat Tim Raats, mededingingsspecialist bij advocatenkantoor BarentsKrans N.V. De omzet van de paprikatelers mocht dus niet worden meegerekend voor de maximale hoogte van de boete. "Aangezien ACM de telersvereniging aansprakelijk heeft gesteld voor de boetes van de verkoop BV's, moet ACM ook opnieuw kijken naar de boete waarvoor de vereniging aansprakelijk wordt gehouden." Bovendien vindt de rechtbank, en ACM is het daarmee eens, dat ACM moet voorkomen dat omzet van de telersvereniging en de afzetcoöperatie twee keer worden meegerekend en zij dus mogelijk dubbel beboet worden.
 
Hoe hoog de boetes precies worden, is nog niet duidelijk. De rechtbank spreekt nu van € 4.363.000 en voor € 5.167.000. "Maar op basis van de gegevens die de betrokken partijen aanleveren, worden die boetes verder vastgesteld", vervolgt Raats. "Als ze die gegevens binnenkrijgen, volgt er meer duidelijkheid."


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven