|
240 ha spruiten van Herbo Zeewolde
Spruitje als VANOUDS
Het ging een tijdlang bergafwaarts met ze, maar ze zijn weer helemaal terug, de oer-Hollandse spruitjes. In Nederland zijn ruim honderdvijftig telers die dit groene kooltje verbouwen, dat voornamelijk in de wintermaanden op tafel komt. De bedrijven, die hoofdzakelijk in Zuid-Holland, Zeeland en Flevoland zijn gevestigd, varieren in grootte van 25 tot 250 hectare.
Een van de grootste spruitentelers is Herbo (Herbert & Boon) uit Zeewolde. Adrie Boon, oorspronkelijk afkomstig uit Alblasserdam, vestigde zijn bedrijf achttien jaar geleden in Flevoland. Zeven jaar later ging hij samen met de gebroeders Herbert, die hun bedrijf in Waddinxveen moesten verlaten. Nu produceren zij op een oppervlakte van 240 hectare jaarlijks zo’n zeven miljoen kilo spruiten. „Het verbouwen hiervan is een arbeidsintensief werk”, vertelt Boon. „In de maanden april en mei worden de plantjes gepoot. We verbouwen verschillende rassen, waarvan de eerste in augustus geplukt kunnen worden. De pluk gaat door tot eind maart.”
Spruiten groeien aan tachtig centimeter lange stronken. Hoewel de oogst grotendeels machinaal gebeurt, komt er toch nog heel wat mankracht aan te pas. Als de machine de stronken heeft afgesneden, moeten ze stuk voor stuk ingevoerd worden in een koker, waar roterende messen de kooltjes van de stronk snijden. De spruiten worden in een container opgevangen, de kale stronken blijven op het land achter.
Machinaal
De geplukte spruiten worden dezelfde dag nog machinaal gesorteerd op grootte, waarna ze op een transportband terechtkomen. Aan het einde van de band passeren ze een camera, die eventuele onvolkomenheden en kleurverschillen registreert. Door middel van een aan deze camera gekoppelde computer worden de voorwaarden ingesteld waaraan de spruit moet voldoen. Wat buiten de tolerantie valt, wordt verwijderd om als veevoer te worden gebruikt. Ten slotte wordt nog een visuele nacontrole gehouden, waarna het product gekoeld en verpakt wordt om te verzenden naar de coöperatieve vereniging The Greenery, die ervoor zorgt dat twee dagen na het plukken de spruiten in de winkel liggen.
„Wij doen er alles aan om een zo goed mogelijk product in de winkels te krijgen”, zegt Boon. „Zo worden spruiten tegenwoordig na het oogsten met ijswater gekoeld om ze langer vers te houden. Ook moeten we nog voortdurend opbotsen tegen allerlei vooroordelen. Zo heb je het hardnekkige misverstand dat spruiten pas goed smaken als de vorst eroverheen geweest is. Klinkklare onzin! Vroeger werden inderdaad de bittere stoffen door de kou omgezet in zoetstoffen. De verschillende rassen zijn echter zodanig veredeld dat de spruiten van zichzelf zoeter smaken. Ook de gedachte dat spruitjes maar op één manier bereid kunnen worden gaat niet meer op. Ze zijn nu geschikt voor verschillende kookwijzen, bijvoorbeeld in de wok of als stoofschotel.”
Spruiten zitten barstensvol vitamine C en zijn mede daardoor gezond voedsel. Boon weet zelfs te vertellen dat enkele jaren geleden een proef genomen is met ratten die darmkanker hadden. Nadat de dieren twee maanden lang alleen spruiten hadden gegeten, waren de tumoren verdwenen. Argumenten genoeg om binnenkort weer eens lekker aan de spruiten te gaan. En wie een hekel heeft aan de spruitjeslucht, doet er goed aan een scheutje melk toe te voegen of een ui mee te koken.
|