Mededelingen

Vacaturesmeer »



Tweetende AGF'ers

Laatste reactiesmeer »

Top-5 gisteren

Top-5 afgelopen week

Top-5 afgelopen maand

Koerslijstmeer »

Weer & verkeer

Weersverwachting
Nederland
Meer weer in Nederland




De dilemma's van telers rond het tomatenchlorosevirus

Tholen - Het tomatenchlorosevirus is op het moment een serieus, maar qua verspreiding een klein, probleem. Volgens de NVWA nog te elimineren en in samenwerking met de sector zetten ze alles op alles om dat voor elkaar te krijgen. Belangrijk is om zo snel mogelijk een sector breed beeld te hebben van de verspreiding en in de teelt te sturen op afwezigheid van de vector, volwassen wittevliegen.  

Ziek zoeken, preventieve maatregelen  
De symptomen van het chlorosevirus worden pas vier weken na besmetting duidelijk en daarna duurt het met de test op verdachte planten nog een week tot 10 dagen voordat je zeker weet of je het virus hebt. 

Scherp monitoren in de kas op geelverkleuring van de bladeren. Daarmee moet ongemerkt verspreiden van het tomatenchlorosevirus zo mogelijk voorkomen en indien te laat zo snel mogelijk herkend worden. Zaailingen moeten extra gecontroleerd worden op afwezigheid van witte vlieg, telers kunnen extra biologie tegen wittevlieg en kaswittevlieg inzetten.

Na besmetting duurt het echter vier weken voordat dit zichtbaar aan de plant is. Het belangrijkste symptoom dan is een vergeling van bladeren in het midden van de plant en een scherpe lijn tussen het vergeelde en het groene deel van het blad. "In de kop zie je het niet en de symptomen zijn meestal zichtbaar boven de hoogte waarop je magnesiumgebrek ziet. Bij het vermoeden van besmetting van een plant kun je voelen aan het blad en dit vergelijken met het blad van een gezonde plant: een besmet blad voelt brosser aan." Een plant aantikken om te kijken of er veel wittevlieg op zit is in ieder geval geen goed idee: die vliegen weg en zullen verdere besmetting mogelijk maken. "Meteen ter plekke een zak eromheen en dichtbinden", is het beleid van de NVWA.
 
Verdachte planten aangetroffen , en dan?
Bij een verdenking moet dit worden gemeld bij de NVWA, dit is een wettelijke verplichting. Het tomatenchlorosevirus kent een meldplicht. Dat betekent dat eenieder met het virus in het gewas of verdenking daarvan verplicht is dit aan de NVWA te melden. Ook laboratoria, die het virus ontdekken in geanalyseerde monsters, moeten hiervan melding doen. Die regels gelden voor heel Europa. Na bevestiging van de besmetting door de NVWA kan de teelt worden afgemaakt maar start er een eliminatie protocol waarbij  de besmette planten gecontroleerd moeten worden afgevoerd, de kas uit. Vervolgens een chemische behandeling van de kas volgens het vastgestelde protocol. Daarmee krijg je je kas gegarandeerd vlieg-vrij en kan de sector hopelijk verdere uitbreiding van het tomatenchlorosevirus voorkomen. Maar daarmee voldoe je ook niet meer aan de strenge MRL-eisen die bepaalde handelspartijen stellen. Het toont het duivelse dilemma waar een teler met een vermoeden van besmetting momenteel tegenaan loopt. " Wat als niet iedereen meegaat? Wat als je als getroffen teler alles op alles zet, met het protocol aan de slag gaat om verdere verspreiding te voorkomen en daardoor je bedrijf schade toedoet, terwijl de buurman besluit niet te melden en de strijd tegen het tomatenchlorosevirus uiteindelijk toch verloren blijkt?  Met name vanuit de biologische sector zijn de gevoelens sterk: zodra zij een van de middelen moeten inzetten, kunnen ze hun product niet meer onder de bionormen afzetten en is het seizoen verloren. 
 
In een besloten bijeenkomst is woensdag onder telers ook ruimte gegeven aan deze gevoelens – maar voor een teler met ietwat vergeelde bladeren zal het geen rustige kerst worden. 

Waar komt het virus vandaan?
De planten bij de drie getroffen kwekerijen komen van één plantenkweker. 
De drie tomatenkwekerijen waar het tomatenchlorosevirus is vastgesteld, hebben alle drie in dezelfde periode geplant. "Eind september, begin oktober. Via de besmetting op het eerste bedrijf zijn we teruggegaan naar de plantenkweker en zijn alle bedrijven onderzocht met planten die in dezelfde periode in de kas hebben gestaan. Op twee van de drie bedrijven is niets gezien, op het laatste bedrijf is het virus vastgesteld." Ook het derde besmette bedrijf werkt ook met planten van dezelfde plantenkweker. Toch is de NVWA duidelijk: de plantenkweker hoeft niet de bron van de besmetting te zijn, er is daar geen ToCV vastgesteld. 
 
"De sequentie van het virus geeft aan dat er sprake is van één bron. Hoe de bron in Nederland terechtgekomen is, is nog onbekend", vertelde de NVWA afgelopen woensdag. Op de bijeenkomst werd er gesproken over mogelijke besmettingen vanuit de sierteelt in Afrika. "Dat kan een optie zijn. We weten dat een petunia een waardplant is, en ook dat verschillende solanaceae-planten waardplanten zijn, maar het virus zou eventueel ook via een vrucht uit Zuid-Europa meegekomen kunnen zijn. Dan moet er wel ook een wittevlieg of een tabakswittevlieg bij komen. Zonder die vectoren kan verdere besmetting niet plaatsvinden."
 
We kunnen niets tegen wittevlieg
De mogelijke bron van de besmetting werd gisteren besproken, maar volgens Helma Verberkt van LTO Glaskracht Nederland is er nog een onderwerp dat hierbij een grote rol speelt. "Het middelenpakket is de afgelopen jaren zo ver uitgekleed dat we in de bestrijding van wittevlieg al door het ijs zijn gezakt. We hebben momenteel binnen de eisen van de wet en die van de markt geen goede methodes om wittevlieg of bremisia aan te pakken en dit probleem stapelt zich op. Dat is ook een belangrijk signaal dat we als sector opnieuw aangeven aan de NVWA. We proberen met biologie de druk zo laag mogelijk te houden, maar je moet wel een klap kunnen geven."




Publicatiedatum: 22-12-2017
Auteur: Arlette Sijmonsma
Copyright: www.agf.nl

 



 

Plaats een reactie:

Naam: *
Woonplaats: *
Email: *
  E-mail weergeven
Bericht: *
Voer de code in
*

 

 

Ander nieuws uit deze sector: